Traject 2, van de Belgische grens tot Givet

Ons vertrek is in de vroege ochtend na Hemelvaartsdag. We stomen direct door naar het Albertkanaal richting Luik. De eerste sluis, sluis de Lanaye, doet ons even schrikken. We varen een opengesperde muil van een hele grote donkere bak binnen. De wanden torenen 17 meter boven ons uit waarvan we er 15 omhoog gaan. De glibberige haken veroorzaken op de weg omhoog een paar keer lichte paniek omdat de touwen los schieten en we midden in de sluis drijven. Op de motor kunnen we snel de veilige kant weer bereiken alleen nu niet meer aan stuurboord maar aan bakboord. Na het betalen van het enorme bedrag van 40 BF en het krijgen van het stempelformulier zijn we officieel in België.

Als einddoel voor de dag hebben we Huy geprikt. De sluizen d’Svoz-Ramet en d’Amps, de laatste in Neuville vlak voor Huy, worden spelenderwijs genomen. Een aantrekkelijke aanlegplaats in Huy is echter niet te vinden. Veel is gereserveerd voor rondvaartboten en waar aanleggen misschien kon, is de ambiance niet aantrekkelijk. Even voorbij Huy blijkt een kleine Port de Plaisance uitkomst te bieden. Alle faciliteiten zijn aanwezig, waaronder een heerlijke douche. Voor onze boodschappen zijn we echter aangewezen op het aanliggende dorp, omdat Huy wel erg ver lopen is. Vandaar dat we, na het aanleggen en een lekker bakje koffie, de heuvel op wandelen naar het dorp. Wel zijn er winkels te vinden, maar geloof het of niet, allemaal gesloten en te koop of te huur, dus gezellig winkelen blijkt een utopie. Een jeune fille vertelt ons dat op 5 minuten afstand een Super Marché te vinden is. Wat is 5 minuten, dus we beginnen met gestrekte pas de “berg” verder op te lopen en er weer af. We beginnen te begrijpen dat alle mededelingen in autominuten moeten worden opgevat en komen versleten bij de SM aan. We blijken toch in Huy te zijn. We besluiten de aankopen te beperken tot het hoogst noodzakelijke om de wandeling terug draaglijk te maken.

Op het programma voor de komende dag staat Namen. Met sluis d’Andenne Seilles als enige sluis op dit traject vinden we dit een ‘piece of cake’ ofschoon we er toch meer dan 4 uur voor nodig hebben om deze afstand varende te overbruggen. Even realiseren we ons dat dit een afstand is van nog geen 30 minuten met de auto. Waar zijn we eigenlijk mee bezig! We vinden een uitstekende aanlegplaats langs de kade in Namen waar het nog heel erg rustig is.

Foto 3 Kade Namen

Namen bevalt ons zeer, misschien doordat het bij ons bezoek een feeststad blijkt te zijn. Er zijn voorjaarsfeesten aan de gang onder de naam “fête en may” en die zorgen voor een gezellige sfeer. Een nadeel is misschien dat sommige prachtige gebouwen niet meer te zien zijn door tenten en podia. We besluiten de stad ook maar eens van boven te bekijken en starten een wandeling naar boven naar de Citadel. Ergens hadden we gelezen dat de top bereikbaar zou zijn met een kabelbaan maar deze is onvindbaar. Achteraf horen we dat deze buiten werking is gesteld. De wandeling blijkt meer een beklimming te zijn die je in de benen gaat zitten, Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat we ook niet veel gewend zijn. Het uitzicht is de klim waard, vooral het zicht op de Maas en de jachthaven van Jambes is prachtig. Op de terugweg nemen we de korte route naar beneden, dat wil zeggen dat hadden we gedacht. We lopen in een fuik van bouwwerken en een groot hek. We beginnen daarom maar weer een nieuwe klim omhoog en genieten voor de tweede keer van het uitzicht.

Dinant, onze volgende stopplaats, biedt goede aanlegplaatsen dicht bij het centrum, maar de stad zelf valt ons tegen. De winkelstraten zijn vol met in de fille staande stinkende auto’s en de terrasjes liggen dan soms wel aan het water, maar de bediening moet de weg hollend oversteken om de klanten te bedienen. Ons terrasje is er zo één. De eigenaresse heeft zich op de middelste van drie stoelen gezeteld en met de rug naar het water gezeten, kan zij de zaak goed in de gaten te houden. Op de linker stoel bevinden zich de menu’s en de kaarten voor “la glace”, op de rechter stoel de geldkist. Twee jongelui, een pukkelig meisje en een verkouden jongeman, zorgen voor de bediening. Ze zijn duidelijk gekozen op hun lange benen en hun uithoudingsvermogen om de spurt over de drukke weg iedere keer weer met succes te volbrengen. De gebouwen waar we bij onze wandeling langs het water voorbijkomen, zien er een beetje uit als bejaardenhuizen. We zien telkens weer een oud koppie voor de ramen zitten. Op de terugweg zitten deze koppies er nog net zo. Ans is dan ook van mening dat het reclamepoppen zouden kunnen zijn die de appartementen aan de man brengen aan ouderen. Evenals in Namen is hier een Citadel. Hier is direct duidelijk dat er een kabelbaan is en waar die begint. We besluiten dat we er geen gebruik van gaan maken. Eén Citadel per week is voldoende voor ons cultuurgevoel.

Achter ons aan de steiger is tijdens onze wandeling een stalen kotter afgemeerd met een stel van middelbare leeftijd. Hij is politiefunctionaris van een politiepost in Rotterdam. Recht door zee en duidelijk een man van aanpakken, maar wel met een vrij harde opstelling t.o.v. kleine criminelen. Waarschijnlijk geen wonder in deze multiculturele stad. In zijn boekje staan de buitenlanders al snel als verdacht vermeld voor georganiseerde misdaad. We gaan er gemakshalve maar vanuit dat je als politieman in Rotterdam met veel ellende te maken hebt. Ze zijn erg aardig en we besluiten de volgende dag samen met Joost en Atie, want zo heten ze, door te varen naar Givet.

Met een stralend zonnetje vertrekken we. Even verderop passeren we het haventje van Anseremme waar verschillende mede-vaargenoten van het traject Maastricht-Dinant neergestreken zijn. Het blijkt een goede haven te zijn. De invaarhoogte is echter beperkt dus oppassen bij invaart. Bij een prachtig zonnetje en ca. 28 graden passeren we les ecluses d’Anseremme en de Waulsort. Bij de volgende sluis denken we al bij de sluis op de Franse grens te zijn. We kijken uit naar het dieseltankstation, maar dat is onvindbaar. We kijken nog eens goed op de kaart en stellen vast dat we in de laatste sluis van België zijn. Men begint onze stempellijst in te nemen, die de ene wel en de ander niet trouw in elke sluis heeft laten afstempelen. We krijgen niet de indruk dat het wat uitmaakt of je nu alle negen stempels hebt verzameld of maar vijf of zes. Ons verzoek of we het stempelblad niet als souvenir mogen houden, wordt prompt beantwoord met het teruggeven van het belangrijke document of is het toch een kopie? Na hetzelfde verzoek van nog andere souvenirjagers krijgen alle boten in de sluis dit kleinood aangereikt. We worden bij het uitvaren door zo’n 20 bouwvakkers uitgezwaaid die de sluis aan het renoveren zijn. Een leuk volkje die Belgen.

De volgende sluis is wel raak. L’ ecluse les quatre cheminées is echt de eerste sluis in Frankrijk. Hier is natuurlijk wel het lang verwachte tankstation aanwezig. We leggen aan en wachten op de bediening. Wachten en toeteren helpen echter niet. Er komt niemand, dus gaan we op onderzoek uit. Het winkeltje naast het tankstation heeft een bordje voor het raam met “fermé” tussen 12.30 en 13.30 uur. We nemen dan ook maar aan dat dat de oorzaak is van ons wachten. En jawel, prompt om 13.30 uur verschijnt een potige vent die ons vertelt dat ook hij moet mangéen. We worden verder keurig bijgetankt en helpen intussen een ‘Super Van Craft’ met een respectabele levenservaring, evenals zijn bemanning, bij het aanleggen. Daarna vertrekken we naar de sluis van de vier schoorstenen. De vier schoorstenen zijn overigens al vele jaren geleden opgeblazen. Je hoeft dus niet te rekenen op een duidelijk herkenningspunt.