Traject 3, van Givet naar Nancy ( Canal de l’Est Nord)

Givet ligt op een steenworp afstand dus ons doel voor de dag is bereikt. Het konvooi strijkt neer. We zien een nieuwe aanlegplaats aan bakboord, net voor de brug, waarop we aansturen.

Foto 4 Kade Givet

Als we aan het vastmaken zijn, worden we echter gewaarschuwd dat we naar de overkant moeten. Er wordt nog aan de ligplaatsen gewerkt. Aan stuurboordzijde blijken de aanlegplaatsen overigens ook uitstekend te zijn. Het ziet er feestelijk uit in Givet met allemaal vlaggen op de brug. In het stadje zelf zie je daar niets van terug. Het stadje zelf is leuk maar niet echt iets bijzonders. Om een uur of vijf gaan we een borrel drinken bij onze mede-vaargenoot Joost en zijn vrouw.

De volgende dag om 9.15 uur vertrekken we samen. Wij voorop en Joost achter ons. Bij de eerste ecluse, les 3 Fontaines, gaat het al bijna fout. We zien de pijlen naar de sluis over het hoofd en dreigen door te varen naar de “barrage”. We worden door Joost via de marifoon, maar ook door een stelletje vissers vanaf de kant teruggefloten.  Het binnen varen van de sluis moeten we nog wat uitstellen want er wordt een tegemoetkomende peniche geschut. Hier ervaren we voor het eerst wat een tijd het kost als een spits je pad kruist. We zwaaien en varen de sluis binnen. De sluis wordt direct gevolgd door een lange donkere tunnel.

Foto 5 ingang tunnel

Bij het binnenvaren denk je dat het nooit lukt om zonder de zijkanten te raken de andere kant te halen. Het blijkt mee te vallen, maar de schijnwerper moet wel helpen de weg te zoeken door de druppende, vochtige, donkere tunnel. Je voelt een soort opluchting als je het zonlicht weer invaart. Het is een goede vuurdoop voor alles wat nog gaat komen.

Ecluses Ham en Mouyon leveren geen problemen op. In Vireux Wallerand leggen we aan bij een nieuwe aanlegsteiger om water te tanken. Na ecluse Vanne-Alcorps (53) lopen we vroeg in de middag Fumay binnen. Na de brug is een prachtige ligplaats met elektriciteit en water en een echte capitainerie. Alleen elektriciteit moet betaald worden (frs 15), verder niets. We hebben ons voorgenomen om elk dorp of stad die we aandoen, uitgebreid te gaan verkennen. Dat doen we dan ook.We moeten zo nu en dan flink in de benen, want we zitten nogal veel. In dit geval is het een klein stadje dus we zijn er snel doorheen.

De volgende morgen worden we gewekt door rumoer op de haven. De markt wordt opgebouwd. We besluiten wat later weg te gaan om nog even de markt over te lopen die op de haven en verder het stadje in is opgebouwd. We kopen wat groente en fruit en vertrekken.

Slechts 2 sluizen verder zijn we al in Revin, waar we een uitstekende ligplaats vinden. We verwachten hier later in de middag onze gasten Ank en Arnold dus we hebben tijd om te zonnen en de omgeving te verkennen. Ik haal de fietsen van de zwemtrap en we starten onze eerste fietstocht. Je komt nog eens ergens op de fiets. We fietsen door het dorp en een stuk het natuurgebied in, dat aan de overkant ligt van de aanlegplaatsen. We liggen met ons schip min of meer in een park. We kijken vanaf ons achterdek op de tennisbaan.

Foto 6 aanlegplaats Revin

Tot 20.00 uur kan gebruik gemaakt worden van de toiletten en douches van het park. We besluiten eerst even naar de Super Marché te gaan die nog geen 100 meter van de haven is verwijderd. Arnold en Ank arriveren lekker vroeg en we genieten met ons allen van de heerlijk warme zon en de daarbij behorende drankjes. De meiden maken een lekker diner klaar dat we met een heerlijk glas wijn achter op het dek nuttigen. Koffie met Armagnac na en nog één, en nog één. De driekwart volle fles is halverwege de avond leeg, de stemming echter opperbest. We rollen om 11 uur ons bed in.

De volgende morgen staan we op tijd op en ontbijten in de zon. Ar en Ank vertrekken weer met bestemming Cap d’Agde. Ze zwaaien nog even als wij onder de brug door varen. Om 9.45 uur varen we ecluse l’Uf (nr. 52) in de richting van Monthermé binnen. We passeren Monthermé en zien nergens een goede aanlegplaats, wat je wel verwacht van een dergelijke plaats. We hebben er gelukkig nog geen nodig.

We merken hoe prettig het is om gebruik te kunnen maken van automatische sluizen. Ecluse Dames de Meuse (nr 48) is de eerste en we zullen tot sluis 36 dit systeem kunnen gebruiken.

Even na Monthermé ligt Bogny. Hier passeren we een goede maar kleine ligplaats aan een drijvende steiger voor ca. 4 – 5 boten met water en elektriciteit. Even verderop zien we aan de linkerzijde nog een aanlegplaats met grote ringen om aan vast te leggen. We nemen aan dat dit de oude aanlegplaatsis.

Onze volgende stopplaats is Charlevilles Mezieres. Jammer genoeg liggen de drijvende steigers hier propvol. We proberen ons schip nog ergens tussen te drukken, maar we worden verzocht te vertrekken want hier zou een pontje heen en weer varen. We worden vriendelijk verwezen naar de nieuwe haven ongeveer 200 meter verderop. Inderdaad lopen we onder een laag loopbruggetje door een splinternieuwe haven binnen, of beter gezegd een haven in aanbouw. Zo te zien wordt dit straks een luxe haven met alles wat je hartje begeert. Nu is het nog een rommeltje. De steigers zijn gereed maar elektriciteit is er nog niet, water wel. Na het vastleggen besluiten we om het stadje te gaan bekijken.

Foto 7 Charlevilles

Het blijkt de moeite waard. Veel oude en mooie gebouwen en een mooie winkelstraat. Op de weg terug naar de boot komen we langs een krantenstelling met, jawel, “de Telegraaf”. Jammer dat we geen geld mee hebben genomen. We nestellen ons voor de rest van de middag op het achterdak. Later op de middag zien we verschillende schepen arriveren. We besluiten de volgende morgen nog een keer de stad te bezoeken om inkopen te doen, de krant te kopen en een paar videobeelden te schieten.

De volgende morgen is het bewolkt en het begint te regenen. Na de inkopen zetten we de kap op en vertrekken, zonder ons zorgen te maken over het lage bruggetje bij de havenuitvaart. Alle bruggen op het traject zijn minimaal 3.50 meter, maar dit bruggetje dus net niet. De kap wordt bij het onder door varen flink ingedrukt maar we lopen gelukkig geen schade op. Niet getreurd, we gaan op weg naar Sedan. Eigenlijk een traject van niets maar we hebben een goede reden om een leuke plaats te kiezen waar wat te doen is. We hebben met onze dochter, schoonzoon en onze kleinkinderen Nikki en Gaston namelijk afgesproken om elkaar daar te ontmoeten. Het weer is echter inmiddels erg onaangenaam geworden. Het regent en waait en het is koud. . We pakken daarom ons mobieltje. In Nederland blijkt ook niet alles rozengeur en maneschijn te zijn. De vraag is of het wel leuk is om met dit weer een paar dagen op de boot te bivakkeren. Ze besluiten niet te komen. We kunnen ons dit best voorstellen en maken plannen om de volgende dag te vertrekken. De avond voor ons vertrek gaan we naar het imposante kasteel van Sedan omdat we van de havenmeester hebben gehoord dat er een concert met dans is. Volgens hem een aanrader. In één van de oude zalen zijn in een halfronde cirkel stoelen opgesteld. In korte tijd is elke stoel zowaar bezet. Ans is gek op dit soort dingen, ik wat minder, maar het zal maar een uur te duren en dan is het net leuk.

Ons vertrek de volgende morgen is onder koude en winderige omstandigheden. Ook komt hier later nog regen bij. Een goede beslissing dat de kinderen niet zijn gekomen.

Inmiddels stomen wij op, via Mouzon en Stenay naar Dun sur Meuse. In Mouzon hebben we ons radarapparaat voor de automatische sluizen in moeten leveren en gaat het verder weer manueel. We zijn bang dat we met onze dieselolie niet uitkomen tot Nancy, dus als we vlak voor Dun aan bakboord een vrij nieuw tankstation zien, stoppen we onmiddellijk.

Foto 8 nieuw tankstation

Er is niemand te bekennen en we gaan op onderzoek uit. Op de pomp zit een praatkastje met een knop. Die drukken we in maar horen niets. We gaan er maar van uit dat ze ons wel horen en vertellen wat we willen. Er gebeurt echter niets. Een voorbijganger met een hond raadt ons aan het briefje te lezen dat naast de pomp aan de muur is opgehangen. Jawel we moeten een bepaald nummer bellen. De GSM is nu goud waard omdat een telefooncel waarschijnlijk nergens te vinden is. Na een kwartier verschijnt een autootje met een bijzonder dikke man. Je vraagt je af hoe hij in Godsnaam in het autootje is gekomen. Eigenlijk zielig dat hij zijn auto uit moet komen maar ja, geld verzoet de arbeid, want goedkoop is hij niet met zijn olie. Ik probeer nog te handelen maar zijn antwoord in rad Frans gaat me boven mijn pet, dus vergeet het maar. Na het tanken hoeven we niet ver. Even verderop is de aanlegplaats van Dun sur Meuse. We maken hier vast voor de nacht. We hebben elektriciteit, water en een capitainerie met een verschrikkelijk lelijke dame en een lekkere douche.

Tijdens onze wandeling ‘s avonds merken we dat dit een leuk plaatsje is. In het lager gelegen deel van het dorp zijn wat leuke winkeltjes, maar vooral een paar goede restaurantjes. Vanaf de hoog gelegen kerk uit de 16e eeuw heb je een prachtig uitzicht op de Maas. Het is natuurlijk wel even klimmen maar dat is gezond en het uitzicht is mooi. We liggen hier met een kleine kolonie Nederlanders net voor de sluis. We zijn moe en maken maar geen nieuwe contacten meer die dag.

De volgende morgen, net voor vertrek, merken we dat er in een hokje van de captitainerie ook nog een wasmachine staat. Jammer dat we dat niet gezien hebben. Waarom heeft de havenmeesteres dat eigenlijk niet verteld? Hoe dan ook. We willen op tijd weg om te voorkomen dat we in colonne de sluisjes moeten gaan nemen, wat altijd veel tijd kost. We proberen daarom als eerste te vertrekken en zien dan wel wat achter ons aankomt of juist niet. De Sliedrechters voor ons zijn echter al vergevorderd in hun voorbereidingen dus leggen we ons erbij neer dat het een 2 of misschien wel 3 in de sluis wordt voor het komende traject. Omdat blijkbaar één bemanningslid te lang op de plee zit of onder de douche staat, vertrekken wij toch als eerste naar de sluis. We zien de Sliedrechters hun lijntjes weer vastzetten en duidelijk kiezen voor de volgende sluis. Ook anderen maken geen aanstalte om te vertrekken. De sluiswachter, die vanuit zijn positie de haven kan overzien, is echter niet erg gecharmeerd om maar één schip te schutten en laat de sluis openstaan. Hij begint tekens te geven aan de Sliedrechters om op te varen naar de sluis. Ze zijn niet te vermurwen. De sluiswachter trekt een gezicht van ‘ik krijg jullie nog wel’. De sluisdeuren gaan dicht en we worden omhoog gestuwd. Boven in de sluis gekomen, zien we de Sliedrechters naar de sluis opvaren. We letten op het gezicht van de sluiswachter en horen zijn commentaar in het Frans aan. Er is geen woord Nederlands bij. Bij de volgende sluis zien we een wit Renaultje aankomen met de sluiswachter van zonet. Hij instrueert zijn collega en vertrekt weer. Waarschijnlijk laten ze de Sliedrechters tussen twee sluizen een beetje hangen of zoiets.

Wij zetten de vaart erin en met 6 km. per uur hopen wij de 7 sluizen tot Verdun voor de avond te halen. De 4e sluis in het rijtje, sluis Consevoye, is een vervelende. Aan beide zijden schuine kanten. Vastleggen doen we maar niet. Gelukkig hebben we de ruimte in ons uppie. Om 15.45 uur arriveren we heerlijk op tijd in Verdun. We meren niet af aan de steiger aan SB-zijde want die is vrijwel vol en bovendien wordt ons toegeroepen dat de elektriciteit niet werkt. We sturen naar de aan bakboord gelegen kade, waar stroom, water en zon voorhanden zijn. We hebben ons een beetje verheugd op Verdun en plannen een extra dag te blijven. Verdun is een boeiende stad met een enorme historie wat betreft oorlogen en veldslagen. De forten, kilometers lange ondergrondse gangen, gebouwen, musea, je kunt er niet (of juist wel) genoeg van krijgen.

De volgende dag laden we onze fietsen af die op het zwemplateau staan, en hebben zodoende wat meer bewegingsvrijheid. We fietsen een heel eind, berg op, berg af, weer berg op en komen terecht bij een fortificatie die er erg indrukwekkend uitziet. Dat is ook zo, want we zijn aangeland bij het souterrain van de Citadel. We willen wat zien dus waarom niet hier beginnen. We kopen een toegangskaart en moeten wachten op een soort treintje voor vier personen, dat door de tunnels rijdt en waarbij in je eigen taal het verhaal van de eerste wereldoorlog wordt verteld. De truien die we over onze schouders hadden hangen, hebben we inmiddels aangetrokken omdat het hier 12 graden koud is. Graag snel een treintje dus. Elk treintje heeft een bandje in de eigen landstaal het wordt dus even wachten. Een Oostenrijker is ons voor. We hebben gemerkt dat tussen twee treintjes ongeveer 10 minuten verstrijken, vandaar dat we 10 minuten besparen door bij de Oostenrijker op de bok springen. Dan maar uitleg in het Duits. Als het treintje ons oppikt en wij de eerste gang inrijden daalt de temperatuur direct nog verder tot 8 graden. Door de Fransen wordt halverwege het traject door aanjagers aan het plafond de koude lucht nog eens extra in beweging gebracht, wat wel aantoont, dat de soldaten het erg koud hadden in die tijd. Ik hoor de tanden van Ans klapperen en de rillingen zijn bij mij chronisch geworden. Nog nooit zijn we zo blij geweest een museum te kunnen verlaten. Ans en ik besluiten naar de boot terug te keren om in het zonnetje bij te komen. We zijn verrast dat ons fort een steenworp afstand verwijderd blijkt te zijn van de haven. In de middag moeten de inkopen gedaan worden dus we fietsen naar de Super Marché.

Op de fiets kunnen we wat meer meenemen dus we bevoorraden ons extra. Na nog een korte avondwandeling nestelen we ons op de bank, kijken of de video-opnamen goed gelukt zijn en verdiepen ons verder in ons boek.

De volgende dag liggen we om half negen al in de sluis van Verdun. We zijn voorlopig alleen en dat is prettig, want dan kun je lekker achter in de sluis gaan liggen. Het geweld van het water blijft dan ver van je vandaan. Bij de derde sluis Haudainville worden we ingehaald door een prachtig groot blauw jacht van ongeveer 16 meter lang en 4,5 meter breed met de naam “Hoe”. Het wordt dus 2 in de sluis vandaag. Wij moeten opvaren tot tegen de sluisdeuren om beide plaats te geven. Bij het binnenlaten van het water zie ik Ans wit worden. Het water bruist bijna over het voordek en de boot zwabbert van links naar rechts in de sluis. Onze achterbuurman zit lekker onderuit in zijn stuurstoel met een lijntje losjes in de hand. De storm waait bij ons en is bij hem uitgewoed. Bovendien is het schip zo breed dat hij opgesloten zit tussen de twee sluiswanden en weinig beweging kan maken. Hoe dan ook, drie sluizen verder heeft onze mee-sluizer in de gaten dat het zijn beurt wordt om de eerste schokken op te vangen. Hij stelt voor onze plaats in te nemen en wij laten ons afzakken naar de tweede plaats. De eerstvolgende sluis is een verademing. Wij kunnen er nu ons gemak van nemen. Net buiten de sluis zien we onze buurman, die we inmiddels kennen als Freek en Anna, een rare zwieper naar stuurboord maken en stilvallen. We varen op tot naast hen en informeren naar de problemen. Mijn schroef zit vol met waterplanten roept hij. Flink achteruitslaan roep ik. Wij hadden voor de sluis hetzelfde probleem al op dezelfde manier opgelost. Een kwartier van proberen en experimenteren volgt. In overleg besluiten we naar de volgende sluis te varen en dan verder te zien. De sluiswachter is inmiddels door zijn collega geïnformeerd en omdat wij maar weer voor op varen wordt ons gevraagd wat er aan de hand is. Wij verwijzen naar achteren en heel voorzichtig wordt het schip in de sluis geloodst. Anna en Freek kijken bezorgd. Freek besluit om een duik onder het schip te maken om te zien wat er aan de hand is. Een moedig mens, want het is koud en zo lang je adem inhouden tot je onder het schip bent en weer terug is niet wat je van huis uit gewend bent. Met een vieze veeg op zijn rug verschijnt hij aan de oppervlakte. Voor 75 % zeker is de schroef verdwenen maar geloven doet hij het nog niet. Het zicht is onderwater nogal slecht. Het heeft geen zin de sluis niet langer blokkeren en we varen dus door, in eerste instantie naar Saint-Mihiel waar een prima aanlegplaats is, maar Commercie is een grotere plaats met vermoedelijk ook goede aanlegplaatsen en meer kans op hulp.. Commercie blijkt een mooie stad zoals we later zien, maar de aanlegplaats is erbarmelijk en natuurlijk zonder bolders om aan vast te leggen. De pinnen, goed dat we ze hebben meegenomen, worden in de keiharde grond geramd. Daarna is het tijd voor het verdere onderzoek. Samen in de motorruimte stellen we vast dat de schroefas er nog inzit dus de verbinding tussen schroef en keerkoppeling in orde is. Het zit dus echt onder het schip. Freek tovert inmiddels een nood-duik-uitrusting tevoorschijn en gaat nu voor langere tijd overboord. De schroef is inderdaad verdwenen. Telefoontje naar Nederland om de levertijd van een nieuwe 4-blads schroef vast te stellen, levert een grote teleurstelling op. Drie weken! Inmiddels doet het nieuws de ronde. De vorige sluiswachter heeft de volgende sluiswachter geïnformeerd; die heeft weer een vriendje in Commercie, die de brandweer zal bellen. Gezien de levertijd wordt het voor Freek zeer belangrijk om de verloren schroef te vinden. Een politieauto stopt en twee agenten informeren naar de problemen. Zij zijn ook geïnformeerd en gaan nu hun steentje bijdragen. Later komen zij weer terug om verslag uit te brengen. Het ziet er niet zo goed uit. De duiker die zij in gedachte hebben, is 8 dagen met vakantie. Ze kunnen dus even niets doen. Freek besluit om de volgende dag met zijn motor, die hadden we al zien staan achter op het zwemplateau, naar de sluis te gaan waar de schroef is verloren. Je verliest een schroef bij achteruitslaan en dat doe je vlak voor de sluis maar zeer zeker ook in de sluis. Dus daar moet je zoeken. De zorg dat een duiker niet beschikbaar is, blijkt ongegrond. Er is sinds de avond tevoren veel werk verzet door de Fransen. Het wordt een prestatiegebeuren. Zeven duikers staan te wachten op de sluis als Freek arriveert. Drie beginnen te zoeken voor de sluis en drie man in de sluis. De eerste zoektocht is zonder resultaat maar de tweede is bingo! Zeg niets over de hulpvaardigheid van de Fransen. Die is echt oké!

Wij zijn overigens op het moment van deze laatste ontwikkelingen op de tweede dag, niet op de hoogte. We zijn namelijk inmiddels vertrokken naar Toul. We denken nog even aan Freek en Anna en hopen dat alles goed verloopt. Het verdere verloop wordt ons een week later uit de doeken gedaan, als we elkaar weer tegenkomen.

Toul wordt bereikt, maar niet eerder dan dat 12 automatische sluizen afgewerkt zijn.

Foto 9 sluis bij Toul

Toul kennen we een beetje omdat we op weg naar vakantie in het Zuiden hier enige malen hebben overnacht. We vinden een goede ligplaats tussen de sluizen 25 en 26 en gaan na het aanleggen de stad in. Als we weer aan boord zijn gaan we eerst onze verdere plannen bespreken. Al eerder hebben we besloten om naar Nancy te gaan in plaats van direct door te varen naar kanaal de l’Est (branch Süd). Uitgaande van wat we op de kaart zien, zouden we om Nancy heen kunnen varen naar kanaal de l’ Est door het nemen van de sluizen nr.11 t/m 1, de z.g. Embranchement. Een logische gedachte als je de Navicart niet goed leest. We vertrekken de volgende dag uit Toul en gaan direct door de sluis bakboord uit de Moesel op. Een prachtige brede rivier tussen steil omhoog lopende heuvels met leuke stadjes er tegen aan of er bovenop. We hebben een uurtje of 5-6 voor de boeg.

Een bezoek aan Nancy blijkt enige opoffering waard. Een schitterende stad waar bijna elk gebouw een prachtig monument is. Vooral la place Stanislas met zijn grilles de Jean Lamour en niet te vergeten la cathédrale en léglise St.Sébastien maken veel indruk op ons.  We treffen het want er is in het oude deel van de stad een antikiteiten markt. Het is geweldig om hier doorheen te lopen. Na een lange wandeling besluiten we de tijd te nemen voor een drankje op een terrasje op place Stanislas.

Foto 10 Haven Nancy

Van hier uit hebben goed zicht op het indrukwekkende Hotel de Ville waar net een trouwstoet naar binnen gaat. Na een klein uurtje later stappen we op en zoeken ons schip weer op. Een bezoek aan Nancy is beslist een aanrader. Jammer genoeg blijkt tijdens ons bezoek aan Nancy dat het tweede deel van het plan niet uitvoerbaar is. De doorvaart via de sluizen naar kanaal de l’Est is gesloten voor de pleziervaart. Het staat achteraf gezien in de Navicart maar is door ons over het hoofd gezien. Bij navraag blijkt dat in de maanden juli en augustus pleziervaart wel is toegestaan en zoals verder wordt aangekondigd zal vanaf 2003 de Embranchement het hele jaar open zijn. Jammer genoeg betekent dit voor onsdat we weer terug moeten naar Toul om daar kanaal de l’Est op te draaien. Dit betekent een tocht van 7 uur voordat we bij Richardménil zullen arriveren waar we dan weer ter hoogte van Nancy zijn maar dan aan de andere kant. Het is zuur om te weten dat we vanuit Nancy via de Embranchement in enkele uren dit traject hadden kunnen afleggen.