Traject 4, van Nancy naar St. Jean de Losne(Canal de l’Est branche Süd)

Hoe dan ook, de volgende dag tuffen we met een prettige snelheid van 15 km per uur weer richting Toul respectievelijk Richardméhil.Laat in de middag arriveren we bij de laatste en zien daar een mooie aanlegsteiger waar we recht op af stevenen. Eén van de schippers van de daar reeds geparkeerde schepen klimt zijn schip uit om ons te waarschuwen voor stenen en ondiepte, maar het is al te laat. We horen veel gekras onder water en we liggen muurvast op de stenen. De schipper van de “FARS” zoals we op de zijkant van het schip kunnen lezen, komt zijn boot uit en verontschuldigt zich. Hij was net te laat om te waarschuwen, maar stelt daar tegenover dat ze met een lijntje en mankracht ons even vlot zullen duwen of trekken. Nou ja, met veel geduw is er geen beweging in te krijgen. De schipper van de FARS, later blijkt hij Paul te heten en zijn vrouw Sandra (ze zijn op weg naar Zuid Spanje), vraagt om een lange lijn want hij heeft bedacht dat als je aan de overkant van het water gaat trekken de kans het grootste is iets te kunnen doen aan dit probleem. Paul en zijn vrouw vertrekken met onze 30 meter-lijn over een smal bruggetje naar de overkant. Vanaf het jaagpad, zo herleven oude tijden, gaan ze flink te keer maar er is geen beweging in te krijgen. Paul, niet voor een kleintje vervaard, maakt de lijn een dikke meter hoog aan een boom vast en door op de lijn te gaan staan, wordt net het doorslaggevende rukje gegeven. We drijven weer. Inmiddels zijn andere oude vrienden, Fred en Anja (van de schroef), komen kijken. Na 3 dagen oponthoud konden ze weer op pad en hebben ons dus weer ingehaald. Ze zien nog net hoe de zaak vlot komt. Ze weten een plaats van 1.30 m. diep iets verderop aan de steiger. Op de vraag hoe zij dit weten, wijzen zij op de aanlegbalk waarop keurig in kleine letters de diepte staat vermeld. Wij zijn vastgelopen op het stuk van 1.00 m. diep. Geen hond die dit vanaf het water ooit kan lezen. Volgens Paul is dit op deze manier aangegeven op indicatie van de wethouder in de gemeenteraad. Zijn kleine reparatiewerfje bevindt zich iets verderop en ze zitten dringend om werk verlegen.

De volgende morgen starten we samen met de FARS voor een sluizenreeks van 15 stuks waarvan 11 met dezelfde sluiswachter Antoine. Paul en ik doen onderweg om beurten ons best met het opendraaien van sluisdeuren. Af en toe vechten we erom wie eerst mag, later gaat diegene die het graag doet voor.

Foto 11 Aquaduct

Flavigny Wij gaan met ons smalle schip als eerste in de sluis want we zijn ook als eerst afgevaren. De FARS is 4.50 breed (met stootwillen 5.00 m.) past precies in de sluis. Bij het inlaten van het water worden wij heen en weer geslingerd van de ene kant van de sluis naar de andere. De lijnen zijn erg lang omdat de bolders ver uit elkaar staan en dat maakt het knap lastig om het schip in toom te houden. Achterom kijkend zien we de bemanning van de FARSPaul en Sandra, lekker onderuit aan de witte wijn zitten met elk een lijntje losjes in de hand. Ans en ik hebben na 7 sluizen rode handen van de touwen en we vragen de FARS om eens even met ons te ruilen. Zij voor in de sluis en wij comfortabel achterin. Paul heeft geen bezwaar maar waarschuwt ons voor wat uitlaatgassen omdat de motoren moeten blijven draaien. Hij heeft oplaadproblemen en zijn generator heeft hij ergens in België opgeblazen. Als we achter in de sluis de dichte rookwolken zien, bedenken we ons noodgedwongen en kiezen we toch maar voor zere handen i.p.v longproblemen en rode ogen. We halen het, maar Ans ziet het niet echt meer zitten voor de volgende dag. Ik beloof dat ik met Paul een robbertje ga stoeien, want we zijn door hem gevraagd om samen verder te varen. Overigens wij vinden dit samen op varen ook leuk want het zijn leuke lui. Paul ziet echter het startprobleem zo ernstig dat hij niet toe kan zeggen de motoren in de sluis uit te doen. Na overleg met Ans besluiten we het te proberen en de uitlaatrook voor lief te nemen. We willen dus achter de FARS de eerste sluis in schuiven. Het gaat niet hellemaal lekker voor ons uit. Omdat de FARS flink moet corrigeren bij het binnenvaren wordt dermate veel rook geproduceerd, dat we het schip voor ons en de sluiswanden niet meer zien. Paul ziet ons door de rookwolken opdoemen en stelt voor om dan toch maar te proberen de motoren in de sluis af te zetten. Waarschijnlijk is zijn positieve beslissing beïnvloed door het feit dat de volgende dag zijn nieuwe generator door een Duitse fabrikant in Epinal wordt aangeleverd, incl. personeel, die het zaakje gaat inbouwen. De sluizenreeks wordt nu voor ons dus een makkie. Tussen sluis 31 en 30 passseren we Charmes. Wat is het hier mooi. Het schutten gaat nu gemakkelijker. Het brede schip van Paul houdt alle geweld tegen en we hoeven nauwelijks vast te maken. Alles verloopt voorspoedig tot blijkt dat bij de sluizen 21 en later 19 de loopbrug minstens 10 resp. 20 cm. lager is dan bij alle overige sluizen. De FARS komt er niet onderdoor. Er verzamelt zich een groep experts. Elke Fransman acht zich ook als toeschouwer, een expert. De oppersluiswachter gaat telefoneren met het waterbeheer en vraagt om het water in dit sluisvak te verlagen. We wachten ik weet niet hoe lang totdat het water is gezakt en de FARS wordt gevraagd om het te proberen. Het lukt echt niet. De sluiswachter komt eens argwanend naar de ramen van de FARS kijken. Hij denkt dat ze neerklapbaar zijn maar Fred zegt geen idee te hebben of dit kan, want hij heeft het nog nooit geprobeerd. De sluiswachter is nu pissig en zet ons aan het werk. Samen met Paul halen we de ramen naar beneden. We passeren zodoende beide sluizen voorzichtig maar probleemloos. De sluiswachter kijkt de rest van de tocht iets minder vrolijk maar lacht weer als hij van ons een flinke fooi krijgt bij de laatste sluis. Bij de Embranchement d’Epinalgaan we bakboord uit over een Aquaduct naar Epinal en zien onder ons de Moesel als een dun stroompje.We lopen Epinal binnen waar we een zeer prettige haven aantreffen. Als we binnen varen zien we aan stuurboord een aanlegkade met een restaurant met als achterland een parkachtig geheel. Zeer fraai. Natuurlijk moeten we naar de bakboordkade omdat aan de mooie kant geen plaats is. De bakboordkade  is overigens ook voorzien van water en elektriciteit, dus eigenlijk prima. Alleen loopt er een drukke weg door onze voortuin en dat zien we op termijn niet zitten. Als later aan de andere zijde een plaatsje vrijkomt, verkassen we. Na de dagelijkse middagborrel gaan we de stad in. Allereerst naar de Supermarkt, die op 10 minuten lopen van de haven te vinden is. Ik zie al op tegen de wandeling terug als ik de waslijst aan inkopen bekijk. Ans neemt de rugzak mee want dat draagt makkelijk. Ik draag dat ding natuurlijk terug “omdat hij zo zwaar is”. Samen komen we er wel. We besluiten een dag te blijven liggen. We willen wat meer zien van Epinal en eens een dagje niet varen. Het weer laat ons niet in de steek. Al enkele dagen is de zon regelmatig van de partij. De tweede dag is heerlijk warm tot heet. We liggen de hele dag te bakken in de zon en kijken naar een volleybaltoernooi dat zich op het grasveld voor onze neus afspeelt. Voor de eerste keer wordt de parasol uitgeprobeerd. Laat in de middag gaan we een stadswandeling maken, zowel naar het oude gedeelte met leuke pleintjes, als naar het nieuwe gedeelte over de brug, waar de winkelstraten zijn. Bij terugkomst zitten Paul en Sandra op het terras bij het restaurant op de haven en vragen ons voor een drankje. Ze vragen of we later bij hun aan boord een borrel komen drinken. We spreken af dat we komen direct na onze geplande barbecue. Ze zeggen dat ze de rookpluimen in de gaten zullen houden.

We lopen later bij ze binnen en nemen een drankje op het achterdek van de FARS. Bij het tweede glas stellen we vast dat zich snel een aantal zwarte wolken ontwikkelen en Ans en ik besluiten om even naar de Merlion te lopen om wat extra lijnen aan te brengen en de cabriokap op te zetten. We worden na terugkomst beloond met een perfect glas cognac voor mij en een rood wijntje van een heel goed jaar voor Ans. Omdat het zo lekker is, gaan we hier de rest van de avond mee door. De dreigende wolken zijn opgelost en wij ook bijna in de sterke drank, maar het was wel een heel leuke afscheidsavond want wij vertrekken de volgende dag en zij moeten blijven om te wachten op hun nieuwe generator. Ze rekenen gemakshalve met een oponthoud van minimaal 4 dagen. Waarschijnlijk zullen ze ons niet meer inhalen.

 

Wij vertrekken de volgende dag om 8.30 uur. We denken dat we de eerste zijn maar we hebben het mis. Een klein schip met Zwitsers vaart voor ons. We doen kalm aan maar ervaren na de volgende bocht dat de Zwitsers verdwenen zijn. Ze hebben gas gegeven en liggen al in de eerste automatische sluis als we arriveren. We zijn net te laat want de sluis gaat al dicht. Ze wilden blijkbaar alleen de tocht omhoog maken. Niet getreurd.

Foto 12 Automatische sluis

De automatische sluizen zijn erg snel en dat blijkt ook. Een kwartier later glijden we sluis 14 binnen. We hebben er echt zin in vandaag en het weer is goed. Sluis 13 gaat nog prima maar sluis 12 laat het afweten. ‘Il ne marche pas’. Dat bellen we dan ook in deze bewoordingen door via de praatpaal aan het sluiswachterhuisje. Deze huisjes zien er een beetje uit als blokhutjes. Bij elke sluis die we krijgen, zie je dezelfde nieuwe bouwsels. Even later zien we een autootje in de verte aankomen. Hier komt onze hulp. Hij doet een paar handelingen in het blokhutje en de zaak draait weer. Au revoir et merci. Sluis 11 en 10 doen het perfect. Nr. 9 blijft verdorie op rood staan en we roepen maar weer om hulp. Ook hier een snelle oplossing. Tussen sluis 3 en 2 komen we achter een Nederlands vrachtschip te zitten. In de bochten gaat het erg langzaam en we overleggen of we er niet voorbij zullen gaan als het kan. Na een paar kilometer hebben we een breder stuk. Via de marifoon vraag ik akkoord om voorbij te varen. Er komt een antwoord maar we verstaan het niet goed. We nemen maar aan dat het in orde is en passeren. We steken onze hand op bij het voorbij varen. Erg enthousiast wordt er niet teruggezwaaid. Bij sluis 1 aangekomen, zien we uit de verte al veel mensen op de sluis. Dit betekent meestal niet veel goeds. Er blijkt een mankement te zijn met het automatisch sluiten van één van de sluisdeuren. De boot voor ons is wederom een Nederlands vrachtschip, die in de sluis is komen vast te zitten en nu proberen de sluismensen met vereende krachten door middel van een lijn de sluisdeur open te trekken. Via de marifoon hadden we al het nodige gehoord, want de bestuurster van dit schip informeerde haar collega achter ons uitgebreid over een sluisprobleem, maar we wisten niet waar het was gebeurd. In Frankrijk kom je het probleem vanzelf tegen want je zit per slot van rekening allemaal op hetzelfde smalle stukje water. Het vrachtschip wordt met vereende krachten de sluis uitgewerkt en wij mogen binnen varen. Met ons toont de sluis geen nukken maar de hulpcrew besluit nog wel even te blijven. De sluiswachter vraagt ons een halfuurtje te wachten want de 2 Hollandse vrachtschepen hebben gevraagd om achter elkaar te mogen gaan varen omdat ze samen een plekje willen zoeken. Wij zijn van mening dat we daar niets mee te maken hebben. We waren de achterliggende Hollander al eerder gepasseerd dus wat zou dit wachten dan voor nut hebben, niet waar. Maar ja, de sluiswachters moet je niet tegen de schenen schoppen, want een van die helpers op de sluis is per slot van rekening straks weer je schutvriendje. We besluiten dus toch maar dit halfuurtje aan de kant te gaan liggen bij een picknickplaats direct na sluis 1. Inderdaad een uurtje later komt onze Hollandse vriend voorbij varen en wij starten de motoren weer. Onze sluiswachter komt ons halen en laat weten dat hij het waardeert dat we toch zijn blijven liggen. Omdat het al laat is, overleggen we met hem waar we onderweg kunnen overnachten. Hij weet bij sluis 8 in de buurt van Void de Girancourt, een kade met voldoende water om aan de kant te komen. Zo gezegd zo gedaan. Twee uur later liggen we daar mooi in de natuur. 

Foto 13 tussen de sluizen

Onze sluisvriend vraagt ons hoe laat hij ons weer kan oppikken de volgende dag. Negen uur vinden we een christelijke tijd. We liggen heerlijk in het zonnetje tot een uur of zeven en eten op het achterdek. Dan zakt de zon weg achter de bomen en om een uur of 9 gaan we naar binnen.

De volgende dag om 10 voor negen, 10 minuten eerder dan afgesproken, staat onze sluiswachter met de armen over elkaar op de sluis. Als hij ziet dat ik kijk zwaait hij met zijn hand van kom nou! We vertrekken dan maar met enige haast en gooien de lijnen maar even slordig op het dek. Een sluis verder voegt zich een tweede sluiswachter bij hem. Dit gaat er goed voor ons uit zien. Met 2 man wordt zeer efficiënt gewerkt. De ene sluist je door en de ander rijdt op zijn brommertje alvast naar de volgende sluis. Als wij komen staat de sluis open. Samen laten ze je binnen, sluiten de sluizen en één van beide vertrekt weer naar de volgende sluis. De twee heren blijven de hele dag bij ons. Wat een luxe voor slechts één schip. Aangekomen bij de voorlaatste sluis voor Fontenoy le Chateau nemen ze afscheid. We denken ze al een beetje te kennen. Aardige mannen. We besluiten ze allebei maar een goede fooi te geven.

De haven van Fontenoy is uitstekend. Het eerste deel wordt ingenomen door huurboten van Crown Blue Line, het tweede deel is voor de passanten met een eigen toiletgebouw en natuurlijk water en elektriciteit. Voor de capitainerie en het douchen moeten we in het gebouw van Blue Line zijn. Blue Line wordt overigens geleid door een Nederlandse manager die er al bijna 20 jaar zit. We hebben gepland om 2 nachten te blijven want Ank en Arnold komen ons weer bezoeken en ze blijven een nachtje. Zij zijn op de terugweg van hun vakantie in Cap d’Agde. Ank belt ons vanuit de auto dat ze vlakbij zijn en dat we worden uitgenodigd om ergens te gaan eten, want ze hebben wat te vieren. Het is prettig om na een paar weken alleen maar vreemden, weer goede vrienden te kunnen ontmoeten. Arnold heeft in een gastronomisch handboek een restaurantje gevonden in Bains des Baines, dat weliswaar geen sterren heeft maar als uitstekend vermeld staat. Het wordt een heerlijke avond met veel lachen en lekker eten. De enige dissonant is dat we om 7 uur bij het restaurant met de naam “de la Post” op de stoep staan terwijl het personeel zelf nog aan de avonddis zit. Ze kijken ons meewarig aan en adviseren ons om nog een wandeling te maken. Op onze uitleg dat we al 2 uur rondlopen en op het dorp zijn uitgekeken en een drankje willen, worden we toegelaten en in lekkere stoelen in de TV-ruimte geparkeerd maar het drankje moet wachten. Om het smakken van het personeel niet te horen, stelt Arnold voor de TV aan te zetten; we zitten per slot van rekening in een TV-zaal. Als wij worden uitgenodigd om onze tafel op te zoeken, lijken wij het startschot te hebben gegeven voor anderen. Het blijkt inderdaad een bekend en gewaardeerd restaurant te zijn en heel goed bezet, maar niet goedkoop. Als Arnold afrekent, zie ik uit mijn ooghoeken dat het bedrag ongeveer correspondeert met 250 liter dieselolie voor de MERLION.

De volgende dag vertrekken Arnold en Ank om 9.00 uur. Het regent en het is koud. Wij gaan 5 minuten later van start naar de eerste sluis, nr. 36. Bij de eerste sluis moet je er altijd weer even inkomen. Bij ons blijkt vandaag een tweede sluis nodig om in het ritme te komen. Na het uitvaren druk ik de radarknop op ons radarkastje nog een keer in omdat ik denk dat de radarpaal die we passeren alweer voor de volgende sluis is. De sluis die we net uitgevaren zijn, start dus zijn cyclus weer maar zal als alle deuren gesloten zijn, geen commando vanuit de sluis krijgen en zal dan mogelijk op tilt slaan. We weten dat op dat moment niet. Sluis drie laat ons zelfs na enkele keren knop indrukken niet toe. Hij reageert niet. Ik zet Ans op de kant en zij gaat bellen met de Wegenwacht voor sluizen. In no time stopt het autootje van VNF die het mankement verhelpt. De boot voor ons heeft per ongeluk de radar na het uitvaren nogmaals ingedrukt. Stom, niet waar? We bedenken wat wij de eerstvolgende schipper aandoen die achter ons sluis twee in wil. Door ons oponthoud worden we ingelopen door een kotterjacht uit, je raad het, Nederland, die vertelt dat hij vast zat voor sluis twee. Hij moest om hulp vragen. Ans en ik kijken elkaar aan en denken: zullen we het vertellen? We doen het maar niet.

Sluizen 35 t/m 46 (de laatste bij Corre), zijn automatisch dus het schiet goed op. Als we Corre binnen varen hebben we weer een fikse bui, waardoor we de aanlegplaatsen aan stuurboord bijna ongemerkt voorbij varen. De sluis die ons naar de Saone zal schutten doemt voor ons op. We besluiten niet in Corre te blijven maar door te varen. Beter met regen te varen dan  ergens uitgebreid te gaan liggen. Als we de sluis uitvaren zien we rechts het doodlopende stuk Saone, d.w.z. doodlopend voor schepen, terwijl we net in de bocht nog een glimp zien van een haventje dat we niet op de kaart kunnen vinden. We vervolgen onze tocht nu op heerlijk breed water en we kunnen weer eens vaart maken. We krijgen te maken met een nieuw fenomeen om de sluizen in werking te stellen n.l. het draaimechanisme.

Foto 14 Draaimechanisme

Het werkt allemaal prima. We weten op dat moment nog niet hoever we zullen komen. Fouchécourt wordt ons aanbevolen door onze sluisgenoten met de kotter. Zij gaan er zelf ook heen. Zij hebben hun charmante dochter aan boord die vanwege het Franse zonnetje graag een paar dagen met pa en ma meevaart. Gezien het slechte weer van de laatste dagen heeft ze alleen maar rondgelopen in een oncharmant regenpak, zoals ze het zelf omschrijft. Ik moet toegeven dat ik haar om diverse redenen ook liever in bikini had gezien. Ook deze dag is weer bar en boos. Veel regenbuien en koud. Af en toe spreken we haar moed in in de trant van ‘het wordt over een paar dagen wel beter’. Maar ja, wat moet je daarmee als je over een paar dagen weer terug moet naar Nederland. De haven van Fouchécourt blijkt in orde. Het is een haven van toch wel enkele jaren oud voor huurschepen met accommodatie voor passanten. We kunnen deze haven niet op de kaart vinden maar dat zal in de volgende druk wel recht gezet worden. In de avond krijgen we een verrassing in de vorm van een daverend onweer met zware regenbuien en veel windstoten. Onder de cabrioletkap hebben we een prachtig uitzicht op het vuurwerk rondom ons. Als Nederlander zeg je dan: wat gezellig, we zitten lekker droog en wat fijn dat we aan de steiger liggen. Dat zeggen we dan ook. We hopen wel dat het wat beter weer gaat worden want we krijgen er zo langzaam aan de pest in, ofschoon we opgeteld nog geen 5-6 slechte dagen met regen hebben gehad. We hebben dus eigenlijk niets te klagen.

De volgende morgen is het weer nog steeds in mineur, maar al bij Conflandey kunnen we elkaar aanstoten. Daar is ie weer! De zon. Als we Port sur Saone binnenvaren laten we de kap zakken omdat het ernaar uitziet dat de zon een blijvertje is. We varen midden door het stadje met aan bakboord mooie plaatsen om aan te leggen langs de kade.

Foto 15Kade Port sur Saone

Jammer dat het zo kort op onze laatste stop is want het is een plaats om wat langer te blijven. We varen door naar de haven die aan stuurboord in een kom is gelegen. We moeten tanken dus we varen naar de aanlegsteiger van het tankstation. Bij het positie kiezen om aan te leggen, worden we in het Nederlands toegeroepen. Het tankstation is gesloten omdat de dieselolie op is. Over een paar dagen komt er weer voorraad. Klaar ben je als je echt dieselolie nodig hebt om verder te varen. Wij kunnen nog wel een eindje, misschien zelfs wel tot Saint Jean de Losne. Bij het achteruit varen zien we veel Nederlandse en Duitse schepen in de boxen liggen, zo te zien onbemand. Het zou hier wel eens een haven kunnen zijn waar Nederlanders en Duitsers hun schip in de winter laten liggen. We staken het achteruit varen, draaien 90 graden en varen naar de sluis een paar honderd meter verderop. Als we aanleggen komt de sluiswachtster vragen of we groenten uit haar moestuin willen uitzoeken. Ze heeft prachtige sla, boontjes, etc. Ans vertelt haar dat we nog goed in onze voorraad zitten. Tijdens het schutten worden we aangesproken door een paar Nederlanders op de fiets die aan de Nederlandse vlag hebben gezien dat we landgenoten zijn. We maken een praatje tot de sluisdeuren open gaan en we de rivier weer opvaren. Na een half uurtje komen we bij de Derivation de Skey. Rechtdoor gaat het naar Skey sur Saone waar je naar we gehoord hebben goed in het stadje kunt liggen. Wij gaan bakboord uit en nemen de Derivation. Halverwege zien we aan stuurboord een grote haven, die wel wat ver wegvan de stad ligt maar er zeer compleet uitziet. We naderen nu de sluis voor de grote tunnel de St.Albin. We controleren of de schijnwerper goed gericht staat, want die is straks weer hard nodig. Na de sluis varen we de opengesperde muil van de Tunnel binnen. De tunnel is 680 meter lang wat toch echt behoorlijk lang is.

Foto 16 de tunnel

Je vaart min of meer tussen twee heel lage zeer smalle kades. Halverwege de tunnel hebben we even een probleem. Ook als stuurman wil je wat zien dus verslapt je aandacht en concentratie. Na even te lang achterom gekeken te hebben raken we met de stootwil stuurboord achter even de kaderand en stuiten min of meer terug naar de andere lage kade. Blijkbaar rolt de stootwil omhoog want we horen een krassend geluid wat alleen maar kan betekenen dat het staal van de boot de stenen van de kade raakt. Een kras dus! Na de stuurcorrectie heb ik als bestuurder flink de pest in. Gelukkig halen we het einde van de tunnel zonder verdere problemen. Ook hier het heerlijke gevoel om vanuit de donkere tunnel het licht weer in te varen en vooral de warmte weer te voelen. We krijgen nu een flink stuk Saone met weinig sluizen. Bij Charentenay zijn twee flinke Derivations. Even voor Charentenay Derivation de Sing en direct daarna Derivation Charentenay die uitkomt bij Ray sur Saone. We varen Ray voorbij naar de volgende Derivation, die van de Ferrieres les Ray. We zitten eigenlijk al 15 km niet echt op de  Saone maar varen van de ene derivation naar de andere. Voor de volgende Derivation zien we een bordje met de mededeling dat indien je niet dieper steekt dan 1.50 m de Saone verder gevolgd kan worden. We slaan hier geen acht op, omdat we de kortste weg kiezen in de veronderstelling dat de Ecluse de Regarde in de Derivation wel open zal staan. In dit geval is dat niet zo; integendeel, de sluisdeuren zijn dicht en niemand die ze open gaat doen. We wachten een half uur en denken erover actie te gaan ondernemen. We zijn niet gewend zo lang te wachten. Maar dan komt er beweging. Een dame gaat op haar dooie gemakje de sluisdeuren open doen. We varen binnen in een sluis met schuine wanden. Gelukkig zijn we deze niet vaak tegengekomen. Het blijven krengen. Achter ons schuift een huurboot naar binnen met 5 mannen en veel bier. Je kunt aan de tijd van het schutten wel merken dat het oude sluizen zijn. Het kost ons een uur voordat we uitvaren. We gaan nu op weg naar de tunnel de Savoyeux met een lengte van 645 m. We beginnen er al aan te wennen om door tunnels te varen. Het is niet moeilijk als je je ogen maar op de tunnelwanden voor je houdt. Ans probeert video-opnamen te maken terwijl ze voorop zit.

Na sluis Savoyeux draaien we weer de Saone op. Na anderhalf uur passeren we Rigny. Na Rigny is Gray niet ver meer. Dat is ons einddoel voor vandaag. Voor Gray zien we aan bakboord de haven van Connoisseur huurboten. Het lijkt wat ver van het centrum en daarom besluiten we door de sluis te gaan. Op de kaart hebben we aan de andere zijde van de sluis aanlegplaatsen gezien. In de sluis waarschuwt de sluiswachter ons voor aanleg langs de kade. Hij zegt dat het misschien mogelijk is aan te leggen maar dat je niet weet of je ‘s morgen weg kan komen. Het water is in de ochtend soms 20 cm lager. Hij raadt de haven van Connoisseur aan. We zeggen dat we het even gaan proberen en anders direct weer terugkomen. Binnen een kwartier zijn we inderdaad weer terug. Het is een dikke meter diep langs de kade. We proberen niet of het verderop beter is en wenden de steven weer naar de sluis. De sluiswachter heeft ons in de gaten gehouden en laat ons prompt weer binnen. Hij laat ons nog even weten dat hij het wel wist en probeert ons een paar flessen wijn te verkopen. Meer en meer sluizen hebben een wijnstalletje op de sluis staan en proberen op deze manier wat bij te verdienen. We vinden hem te duur en laten het afweten. We gaan vanuit de sluis stuurboord uit en meren af bij de Connoisseur.

De volgende morgen haasten we ons niet. We gaan even de stad in en zoeken daarna een Super Marché. Om 11.30 uur maken we los en stomen weer op naar de sluis. De sluiswachter is ons niet vergeten en vraagt of we een goede nacht gehad hebben. Hij sluist ons vervolgens naar buiten. Van Gray naar ons volgende doel Auxonne is ca 50 km. maar met de mogelijkheid om 15 km per uur te varen en maar 3 sluizen kan dit in 4 of 4,5 uur. Maar ja, je bent in Frankrijk. We komen net te laat bij Sluis Apremont die gesloten is tussen12.30 en 13.30 uur. Ze zijn wel erg punctueel. Het wordt dus een uur lummelen met de neus in de modder. Bij een sluis verder, sluis 17 bij Heuilley, is een opstopping van boten bij een stoplicht. Net voor de sluis komt hier Canal de la Marne à la Saone in de Saone en omdat dit ter hoogte van de sluis is, moet hier wel dit regelsysteem toegepast worden. We zijn bang dat we wel twee sluizen moeten wachten voor we aan de beurt zijn. Er wordt een vrachtschip naar ons toe gesluisd dat op één of andere manier vast zit in de sluis. Hij zit er al een half uur in en er gebeurt niets. We varen, het stoplicht negerend, een beetje dichterbij om te zien wat er aan de hand is. Het is een Nederlands schip met een auto op het dek die vastloopt onder de brug. Men probeert de auto zodanig op het dek te verrijden dat het net kan. Dat lukt niet en nu moet de auto in de kraan genomen worden en neergezet worden op het laagste dek van het schip. Gelukkig schijnt de zon en hebben we vakantie want het duurt allemaal erg lang. We groeten de Nederlanders als het vrachtschip voorbij vaart vriendelijk en wensen hun een goede reis. We zetten er de vaart weer in. Net voor Lamarche zien we aan stuurboord een restaurantje met een aanlegsteiger.

Foto 17Restaurant St. Antoine

Een uitstekende stopplaats om even te rusten en te proeven wat het restaurant te bieden heeft. Het is echter al te laat in de middag om te lunchen en te vroeg voor het avondeten. We varen dus maar door. Door al het eerdere oponthoud wordt het 17.30 uur voordat we in Auxonne aankomen. We meren af aan één van de 3 lange steigers aan bakboordzijde. Het uitzicht naar land is niet denderend. We kijken tegen grote flats aan. Het uitzicht naar het water is zoals altijd prachtig. Een jongedame komt langs met informatie over de stad en laat ons weten dat zij in het gebouwtje op de haven domicilie heeft en dat we bij haar voor alles terechtkunnen. Voor alles? Als we goed vastliggen en ons glaasje wijn hebben gedronken, ga ik haar opzoeken. Ik ben op mijn bril gaan zitten en een poot is afgebroken. Misschien dat zij een adresje heeft dat niet alleen brillen verkoopt maar ook repareert. Ze gaat bellen terwijl ze zich verontschuldigt. Ze is snipverkouden en dat is te zien. Ik blijf voor alle zekerheid maar op een paar stappen afstand. Ze heeft beet. Ik krijg een papiertje met snotvlekken aangereikt met naam en adres. Eerst nog maar even een borrel en dan maar eens de stad in. We zijn aangekondigd bij de opticien dus hij doet echt zijn best. Een half uur later verlaten wij de winkel met een nieuwe poot aan de bril, weliswaar van een andere kleur en twee cm korter, maar de bril is weer bruikbaar. Tot laat zitten we op het achterdek en zien de zon langzaam in het water zakken.

We zijn aan het laatste stukje toe van de eerste helft van onze reis. Saint Jean de Losne is het verste punt van onze reis en dit geeft ons toch een beetje het gevoel dat we daarna weer op weg naar huis zijn. Een beetje dwaas natuurlijk want ook de voortzetting van onze tocht is even nieuw en avontuurlijk als het eerste deel.

Als we Jean de Losne (spreek uit ‘de Loon’) aan stuurboord zien, vinden we het er uitzien als een echt Zuid-Frans havenplaatsje.

Foto 18 St Jean de Losne

We blijven hier een paar dagen dus we hebben de tijd om uitgebreid op onderzoek uit te gaan. Aan het eind van het stadje gaat een bocht naar rechts, naar de havens en naar de sluis van Canal de Bourgogne. Net voor de bocht ligt het bunkerschip waar we heen sturen en aanleggen. We zijn wederom op de verkeerde tijd. Gesloten tot 14.00 uur. Het is nu 12.30 uur en warm. We besluiten later te gaan tanken en nu een plaatsje te gaan zoeken in de jachthaven van H2O. Na al de kleine haventjes en simpele aanlegplaatsen vinden we hier weer een echte jachthaven. Veel schepen, een grote watersportwinkel, douches, wasserette en een supermarkt bijna op de haven. We hebben een goed plaatsje in een box aan de voorkant met een uitstekend uitzicht en nestelen ons op het achterdek in verre staat van ontkleding, want het is ongeveer 35 graden heet. Tegen half vijf gaan we op onderzoek uit, kopen een krant en gaan uitgebreid winkelen in de watersportwinkel. In de vroege avond lopen we naar de kade aan de Saone-kant van de stad waar verschillende schepen zijn afgemeerd. Eigenlijk vinden we het hier nog leuker dan in de haven. We besluiten de volgende dag te gaan tanken en daarna langs de kade af te meren.

Zo gezegd zo gedaan. Inderdaad blijkt het hier veel leuker te zijn. Je kunt al het vaarverkeer op de Saone volgen en op de kade is altijd wel wat te doen. Dat blijkt ook ‘s avonds het geval te zijn. Er is vanaf 21.00 uur een popconcert op de kade en dat willen we niet missen. We hebben bij het rondlopen al besloten te gaan eten bij Bar de la Marine.

Foto 19Bar de la Marine

We gaan daar wat vroeger heen, zoeken een tafeltje op het terras en snuiven de geur van knoflook alvast op. Er zit ook een ploeg Nederlanders. De meeste hebben we onderweg al eens ontmoet. Het is hier zwaan kleef aan en heel gezellig, maar omdat zij nog aan de borrel zijn en wij willen eten, sluiten we ons maar niet bij de club aan. Zoals verwacht, is het eten uitstekend en de wijn ook. Het is een heerlijke zomeravond. Het concert dat gedeeltelijk vanaf een boot gebeurt, vindt plaats pal voor het eetcafé “National”. We kunnen later vanuit onze eigen stoel en een wijnglas in de hand het concert vanaf het achterdek volgen. Als de muziek vanaf de boot ten einde is, start naast “National” een ander orkestje, die het lekker laat maakt. De temperatuur blijft tot midden in de nacht aangenaam, vandaar dat we maar moeilijk het bed kunnen vinden.