Traject 5, van St Jean de Losne tot Migennis ( Canal de Bourgogne)

 

De volgende dag wordt de dag van vertrek. Ik heb de motoren goed gecontroleerd en wat olie bijgevuld, de vetpotten van de roeren nog even wat aangedraaid en nog een paar van dat soort dingen. Beide motoren lopen nog als een naaimachine zoals ze overigens de hele weg al gedaan hebben. Onze afvaart naar de sluis van Canal de Bourgogne is weer even spannend als in het begin toen weCanal de l ‘Est op voeren. We verheugen ons op het Canal want we hebben hier zoveel over gehoord en gelezen, dat we het nu wel eens zelf willen bevaren en vooral al die kleine plaatsjes onderweg bezoeken.

Als we naar het Canal de Bourgogne gesluisd worden, krijgen we van de sluiswachter een formulier dat we bij verschillende sluizen moeten laten afstempelen. We vragen niet bij welke sluizen, want we vermoeden dat het wel weer mee zal vallen. We wachten wel tot er om gevraagd wordt.

We gaan op weg naar Dijon en dat wil zeggen dat we 21 sluizen voor de boeg hebben. De sluizen zijn van het type Freycinet, die met lange hefbomen geopend moeten worden. Bediening is zwaar en bijna altijd wordt dit door 1 persoon gedaan. We zullen flink aan het werk moeten. Wij zijn van plan om één kant voor onze rekening te nemen. Dit bespaart de sluiswachter veel omlopen en bovendien gaat de schutting dan veel sneller. Canal de Bourgogne telt 189 sluizen waarbij het eerste deel van 76 sluizen, beginnend bij Saint Jean de Losne, aftelt van 76 naar 0. Vanaf Pouilly en Auxois, het hoogste punt, gaat de telling weer van 0 naar 115, waarvan 106 en 107 en 114 en 115 zijn samengevoegd

Tot Dijon is het Canal vrij recht, met weinig variatie, maar we vinden het wel een mooi landschap. We merken meteen al wat het betekent om Canal de Bourgogne te bevaren. Om de haverklap een sluis. Ongeveer 11 sluizen verder worden we opgeschrikt door een formatie straaljagers. Ze scheren heel laag over. Horen en zien vergaat je. Als we bij sluis Vernois (nr. 63) aankomen, dit is bij het plaatsje Petit Ouges, liggen we precies in het verlengde van de startbaan te wachten. Drie straaljagers starten op het moment dat wij de sluis in moeten varen. We wachten maar even om het opstijgen te zien en te horen. Nog vele sluizen ver horen we het opstijgen en landen van die dingen.

Vlak voor Dijon worden we opgehouden door een hotelboot (omgebouwde Peniche). Voor de pleziervaart een schrik als een peniche voor je opduikt. Ze zijn zeer langzaam en je kunt ze niet voorbij. Elke sluis kost ca. een uur, dus tel maar uit als je nog 3 sluizen te gaan hebt met tussen elke sluis één kilometer. We worden echt boos als we zien dat in de laatste sluis voor Dijon gewisseld wordt van passagiers. Een bus vol wordt afgeleverd, inclusief de bevoorrading. Je kunt je beter niet druk maken want het helpt toch niet. Zonder peniches en huurboten zou Canal de Bourgogne geen haventjes en aanlegplaatsen hebben en zou het waarschijnlijk al dichtgeslibd zijn. Drie uur later dan verwacht lopen we Dijon binnen.

Dijon is de hoofdstad van Bourgondië met veel te zien aan prachtige gebouwen. B.v. Palais des Ducs de Bourgogne en cathédrale Saint-Benigne, moet je gezien hebben. Veel leuke eetgelegenheden en prachtige winkelstraten.

De haven is direct na de sluis aan stuurboord en voorzien van drijvende steigers, elektriciteit en water. We vragen de havenmeester of we kunnen douchen. Ja, dat kan. We moeten echter douchen in een appartementenhuis tegenover de haven waar beneden twee douches beschikbaar zijn. Hij loopt met ons mee en bij het verlaten van het pand moet we de deur achter ons dichttrekken. Een prima oplossing maar in een dergelijke haven had je anders verwacht. De aanlegkosten zijn nl. niet mis. We komen boven de frs. 100 uit en dat zijn we niet gewend.

De volgende morgen ga ik op zoek naar de bakker. De bakker is op advies van een jogger, te vinden tegenover het midden van de haven. De heerlijke nog warme broodjes smaken in de zon extra lekker. We krijgen zo te zien weer een mooie en hete dag en gaan wat later in de ochtend van start naar de eerste sluis. We kijken vele malen om om vanaf het water nog wat meer te zien van de stad.

Net buiten Dijon passeren we de haven Plombières les Dijon. Wat we ervan gehoord hebben, is dat dit een goede haven is met veel faciliteiten. Voordat je bij de haven komt, vaar je langs Lac de Kir. Een prachtig stuk natuur waarvan de bewoners van Dijon veelvuldig gebruik maken. Vanaf Dijon, door Lac de Kir heen, loopt de Ouche. Dit kleine maar idyllische riviertje kronkelt parallel aan het Canal de Bourgogne. Aangezien de Ouche al veel langer bestaat dan het Canal, liggen alle plaatsen op het traject sur d’Ouche en nooit sur le Canal de Bourgogne. Jammer genoeg loopt de grote weg H6 regelmatig vlak langs het Canal en die overstemt bijna je eigen motorgeluid.

Direct na de sluis 42, bij Fleurey sur Ouche overnachten we. De aanlegplaats is net voor Fleurey met vuilnisbak en glascontainer, maar verder niets. Vastleggen met pennen die je in de grond moet slaan en het is er erg ondiep. Daar tegenover staat dat het hier heerlijk rustig is. In de avond maken we een wandeling door het dorp gaan over de brug en lopen aan de ander kant terug over de sluis.

De volgende morgen, zondag, liggen we om 8.15 uur voor de sluis maar de “sluiswachtster” komt in nachtgewaad vertellen dat ze pas om 9.00 uur gaan schutten. Om kwart over negen komt er een hijgende jongeman die zegt dat de sluiswachter ziek is en dat hij pas om 9.00 uur is gebeld om de zieke te vervangen. We hebben dus duidelijk een particulier uit zijn bed gehaald. Veel sluiswachterhuisjes zijn n.l. verhuurd aan particulieren.

We hebben flink wat voor de boeg. Van Fleurey naar Pont d’Ouche zijn het 21 sluizen en die willen we beslist in één dag doen. De eerste sluisjes die na Dijon aantreffen zijn klein maar sommige zijn een plaatje.

Foto 20 sluis Bruant

Sluis 51 wordt “gerund” door twee dames die van de sluis een echt paradijsje hebben gemaakt.

De dorpjes onderweg nodigen telkens weer uit om te stoppen en even te bezoeken, maar ja je kunt niet alles zien. Doordat de grote weg al eerder is weggebogen, is het hier stil en kun je overal de Ouche horen. Voor Pont de Pany komt de weg echter weer voor een tijdje dichtbij.

We passeren Gissey sur Ouche waar we een eenvoudige aanlegplaats zien.

Even verderop komen we bij de automatische sluis 28. Hier stoppen we voor de lunch want bij de sluis is een leuk restaurantje.

Die middag eindigen we onze dag in Le Pont d’Ouche. We hebben de 21 sluizen in 5 uur achter ons kunnen laten, we zijn dus tevreden. We meren af in de haven voor Nicols huurboten. Bij aanleg om 17.00 uur is er niemand meer aanwezig dus we zoeken maar een goed plaatsje aan de buitenkant. Als we ons aperitief achter de rug hebben en ons klaar maken voor het avondeten, komt iemand vragen om geld. Hij wil alleen liggeld. Elektriciteit en water kost ons niets. Hij steekt de Frs. 50 in zijn zak en vertrekt weer de poort uit. Bij onze avondwandeling na het eten, stellen we vast dat er net buiten de haven een leuk restaurantje is; maar ja, we hebben al gegeten. Met het mooie weer blijven we eigenlijk liever aan boord dan binnen in een restaurant te gaan zitten.

In de havenkom is inmiddels een hotelpeniche aangemeerd. Zo te horen zijn de gasten Amerikanen. Een groot deel van de avond kunnen we meeluisteren naar volksmuziek uit de 17e eeuw op oude instrumenten uit die tijd. We hebben al gemerkt dat er bij elke stop wat voor deze zeer goed betalende gasten wordt georganiseerd.

In de avond bestuderen we ons programma voor de volgende dag. We denken de tunnel van Pouilly en Auxois wel te kunnen halen. Dit betekent 20 sluizen waaronder een sluizentrap van 12 sluizen. Vanaf sluis 17 t/m sluis 12 loopt de grote weg weer vlak langs het Canal. Daarna verdwijnt deze gelukkig definitief.

De volgende dag denken we als eerste te vertrekken. De hotelpeniche heeft echter blijkbaar haast, want ze vertrekken voordat wij zover zijn. Gelukkig gaan ze de andere kant op richting Dijon. We blijven nog even kijken hoe dit enorme schip precies in de sluis geprikt wordt. Aan beide zijden is beslist geen centimeter meer vrij. Het is nu onze beurt om los te maken.

Foto 21

Onze eerste sluis (sluis Sarree nr. 19) gaat vlot. De sluisdame heeft ons blijkbaar snel in de gaten gekregen want ze heeft de sluis al vol laten lopen. Vanaf sluis 13 krijgen we al goed zicht op het Chateau Chateauneuf, dat gebouwd is in de 12e eeuw en hoog op een heuvel is gebouwd. Dit chateau blijft bij je tot sluis 10 omdat je er min of meer omheen vaart. Uit een publicatie van Hans Westerweel heb ik gelezen dat er een restaurant naast het kasteel ligt en dat je als je daar reserveert, wordt opgehaald door het personeel van het restaurant. We hadden dit best eens willen proberen maar voor ons is dit te vroeg op de dag. Vandaar dat we maar met een hongerige maag doorgevaren zijn.

Op sluis 13 worden we voorzien van een gebruiksaanwijzing voor de reeks automatische sluizen. De sluiswachter gaat nog mee naar de volgende sluis. Ik ga meedraaien met de sluiswachter en let goed op, want ik veronderstel dat ik het bij de volgende sluis zelf moet doen. Bij de eerstvolgende sluis meldt zich echter een robuuste figuur die zegt ons te komen helpen. Hij gaat ons begeleiden tot sluis 1. Hij blijkt de sluiswachter van sluis 1 te zijn en is, zoals hij zegt, tevens verantwoordelijk voor wat er in de tunnel gebeurt. Hij heeft al twee dagen geen schip meer gezien door één of andere storing bij één van de sluizen en komt ons na de melding van onze komst, halen. We treffen het dus om voor de resterende sluizen een vaste man te hebben. Hij gelooft niet dat er een schip montant komt naar de tunnel toe, zodat we waarschijnlijk ook niet hoeven te wachten. Hij zal bij aankomst bij sluis 1 nog even bellen. Vanzelfsprekend wordt er door ons stevig geholpen met draaien.

Tussen sluis 9 en 8 lopen we even vast. We moeten een uur wachten. We hadden niet verwacht dat de middagpauze ook hier van kracht is. We gaan tegen de kant liggen van de havenkom bij Vandenesse en Auxois. Lekker achterover liggen en bakken in het zonnetje. Een Engelsman komt een praatje maken. Hij ligt voor ons met een 20 meter lange platbodem en vertelt dat ze tijdens hun vaartocht een paar jaar geleden, hier een tijdje hebben gelegen en niet meer zijn weggegaan. Zij liggen hier al jaren zomers en winters.

Foto 22 Havenkom Vandenesse

Ze hebben het hele jaar beschikking over water en elektriciteit. En hoe is het met water in de winter als het vriest’, vraag ik. Hij lacht. Hier vriest het nooit, zegt hij. Hij weet zeker dat het geen probleem is om er nog een schip bij te leggen. Ruimte genoeg. Kosten ca. Frs.100 per maand. Elektriciteit en water extra te betalen. Op dit moment toch maar even niet. We starten na de middagpauze richting hoogste punt van dit traject.

Het hoogste punt van Canal de Bourgogne, de Bief-de-Partage, is 380 m. boven de zeespiegel. We komen op dit punt aan bij sluis 1 wat tevens vlak voor de tunnel is. We zien hier een grote aanlegkom, met elektriciteit en water waar veel schepen terecht kunnen. Volgens onze sluiswachter ziet hij hier nooit een schip. Iedereen gaat door de tunnel naar Pouilly of stopt eerder. Hier kun je dus liggen zolang je wilt en het kost niets.

De sluiswachter nodigt me uit om binnen te komen in zijn kantoortje om met hem het contract voor de tunneldoorvaart in te vullen en te tekenen; eigen risico e.d. Verder teken je voor het aan boord hebben van diverse zaken, zoals zwemvesten, reddingsboei, emmer, brandblusser, e.d. Hij controleert bij ons de verlichting en vooral de schijnwerper. Verder wil hij niets zien. Hij gelooft het wel. Voordat we door mogen, gaat de sluiswachter bellen om te zien of de tunnel vrij is. Die is vrij dus we vertrekken.

We verwachten direct de tunnel in te duiken maar dat blijkt niet zo te zijn. Eerst volgen we ongeveer 1.5 km. een toevoerkanaal. We varen hier tussen twee wanden tot het donkere gat op ons af komt. Bij het binnen varen denk je dat je er zo door zult zijn, maar dat valt goed tegen. Je ziet heel ver weg een lichtcirkeltje. Dit cirkeltje wordt echter maar heel langzaam groter. We hebben 35 minuten nodig om de tunnel door te komen, die hier en daar erg laag lijkt maar volgens ons toch meer dan de aangegeven 3.10 m. moet zijn. De breedte valt erg mee overigens. Halverwege voelen we dat het erg afkoelt. Ans haalt even een paar truien om aan te trekken. Bijna aan het eind van de tunnel gekomen, lijkt het alsof we een glazen prieeltje binnen varen. Het blijkt een leuke speling van het licht. Bij het verlaten van de tunnel duiken we opeens in een temperatuur van 30º en een prachtig helverlichte omgeving. We moeten nog een stuk afvoerkanaal volgen door een soort park. Al met al is dit tunneltraject 6 km. lang waarvan 3.3 km. tunnel. We hebben er al met al een uur over gedaan.

Zonder sluis arriveren we direct in de haven van Pouilly-en-Auxois. Een prachtige havenkom met goede aanlegplaatsen met elektriciteit en water. Er blijkt een restaurantje geweest te zijn, maar dat is dicht en te koop. Een havenmeester zien we niet. De tunnel gaat precies onder Pouilly door, hetgeen je beseft als je later langs het water over het jaagpad terugloopt naar de tunnelingang, of liever gezegd uitgang, van ons uit gezien dan. De supermarkt is via de grote weg te bereiken, maar toch een flink eind lopen. Vandaar dat we de fietsen van het zwemplateau halen. Omdat we toch de fietsen op de kant hebben staan, gaan we later de sluizentrap een stukje naar beneden afrijden. Wat is varen eigenlijk een inefficiënte bezigheid. Wat wij op de fiets in een kwartier doen is de volgende dag weer minstens 2 uur varen en werken.

De volgende morgen vervoegen wij ons bij de eerste sluis, nr.1 in de reeks, direct na de kom. De avond tevoren hebben we een afspraak gemaakt voor 9.00 uur, maar we zijn vroeg wakker en willen wat eerder starten. We zien dus wel of er iemand bij de sluis is.

We moeten even wachten. Men heeft nog niet op ons gerekend. We gaan nu weer aval dus vanaf nu gaan we weer naar beneden sluizen. Na een kwartiertje is iemand opgetrommeld en we varen de sluis in. De eerste 7 sluizen zijn onderdeel van een sluizentrap. Bij deze eerste sluis blijkt dat Ans nog niet helemaal uitgeslapen is. Ans zet gewoontegetrouw de lijn even lichtjes vast. Niet erg als je omhoog gaat. Bij het naar beneden gaan, geeft dit een penibele situatie als je niet oplet. De sluiswachtster van sluis 1 en ik draaien tegelijkertijd de schuiven omhoog om het water snel uit te laten stromen en merken niet dat Ans ons met bewondering observeert. Als we een kraak horen, kijken we vanaf de sluisdeuren even over onze schouders en zien de boot in een onmogelijke schuine stand aan een touw hangen. De snelheid van het zakken is maximaal dus hulp is altijd te laat dus schreeuwen maar. De sluiswachtster krijst ‘MADAME’ en ik schreeuw: ‘je lijn, Ans’. Ans kijkt ons zeer verwonderd aan en ziet het duidelijk in Keulen donderen. Het donderen gebeurt dan ook. Het touw kan de 18 ton niet dragen en breekt. De boot klapt (dondert) zo hard in de sluis dat het water tot aan de rand opspat. Ans ziet bleek en snapt nu pas wat er is gebeurd.

Bij sluis 2 meldt zich een jongeman, een student, die zoals we even later horen Engels studeert. Hij vindt het machtig om Engels met ons te praten en kan zijn mond dan ook geen moment houden. Een leuke vent waarmee we echt kunnen lachen. Alle werkzaamheden doet hij zeer vlug. Altijd rennen en de schuiven worden als de zuigers van een stoommachine opengedraaid. Hij zweet als een otter, maar hij wil niet luisteren als we hem aanraden wat kalmer aan te doen. Het probleem is dat ook ik moet bijlopen, want we hebben afgesproken dat ik de helft van hem overneem. Ik ben die avond dan ook uitgerangeerd.

Tussen sluis 12 en 13 over een traject van 10 km. blijkt het erg ondiep te zijn. We woelen veel modder op en schuren af en toe over een rug zand. Omdat dit onprettig varen is op één motor, zet ik de tweede motor bij. Het is erg geconcentreerd varen, want even wat te ver uit het midden en je wordt onmiddellijk geremd door zandruggen. Af en toe horen we gebonk onder de boot van houtstronken en we hopen maar dat ze niet in de schroef komen. Vlak naast de boot zien we door de zuiging het water een meter van de kant wegtrekken en zien we de stenen waar je echt voor moet oppassen. Aan de walkant kunnen we zien dat het waterniveau normaal hoger is. Het scheelt misschien wel 20 cm. Hoe dan ook, we ploeteren er door en we nemen ons voor om de eerstkomende sluiswachter te vragen naar de lage waterstand, wat we natuurlijk prompt vergeten.

We varen later op de dag Pont Royal binnen. Een mooie plaats om aan te leggen. Dat doen we dan ook. We zien dichtbij een restaurantje dat er leuk uitziet met een winkeltje. We overleggen of we zullen blijven liggen, maar besluiten toch door te varen naar Marigny.

In Marigny le Cahouet moeten we even zoeken naar een goede ligplaats. Er liggen enkele schepen en we weten dat het er ondiep kan zijn. Het ziet er gezellig uit. Er staan picknicktafels die bezet zijn door bootmensen die lekker aan de wijn zijn en af en toe een sprong in het water nemen, want het is weer erg warm. Voor ons ligt een Engelsman en daar voor 2 Nederlandse boten. Overigens Nederlanders die we al eerder gezien hebben en we schreeuwen even naar elkaar als blijk van herkenning. Het is broeiend heet, minstens 35 graden. Het begint te dreigen aan de hemel. De Engelsman weet ons te vertellen dat dit weer beslist overwaait. Engelsen hebben het wel meer mis, dus wat later besluiten we toch maar de kap erop te gaan zetten. En jawel! Na de hete dagen eindelijk enige afkoeling door onweer. We besluiten om een dag te blijven om de nodige klusjes te doen, zoals de boot een beurt geven, de motoren en de accu’s te controleren, e.d.

De temperatuur is de tweede dag rond de 25 graden, dus aangenaam. In de middag zijn we het klussen zat en gaan het dorpje verkennen. Er is een prachtig oud kerkje uit de 15e eeuw. Tevens vinden we een klein winkeltje waar we een en ander kopen voor het avondeten.

De volgende morgen willen we vroeg vertrekken. We hebben nog een hele sluizentrap te doen. Het probleem is echter dat we niet van de kant kunnen komen. Zo vast als een huis. Het wordt duwen en trekken. Het duwen wordt Ans bijna fataal, want ze krijgt op een zeker moment beweging in de boot maar kan zich niet meer op tijd aan boord trekken of de walkant kiezen. Ze hangt en spartelt. Alles lost zich vanzelf op als je lenig bent en niet bang bent voor natte voeten.

We hebben een afspraak gemaakt voor 8.00 uur maar we melden ons wat later bij de sluis. Geen probleem overigens want de sluiswachter heeft ons probleem met plezier gevolgt. Vandaag willen we een horde van 25 sluizen gaan nemen. Met een dergelijk voornemen weet je dat je weer een dagje flink moet werken. We hebben dit keer geen vaste sluiswachter voor alle sluizen en dat is een gemis. De sluizen komen ons aan het eind van de dag ongeveer de neus uit. We denken eraan om in Pouilenay de pijp aan Maarten te geven en te stoppen maar de aanlegplaats is niet erg comfortabel. Bovendien, als we even doorbijten, hebben we de sluizentrap achter ons. Na 10 uur varen, arriveren we in Vanarey les Laumes waar je vanaf de boot al kan zien dat het er gezellig is. Vanarey heeft een haven voor huurschepen dus we zijn weer voorzien van alle gemakken, ofschoon we in het algemeen niet mogen klagen over de openbare aanlegplaatsen.

Foto 23 Venarey Les Laumes

Het dorpje stelt niet zoveel voor. We wandelen een eind om het centrum te vinden, maar na 20 minuten stellen we vast dat er geen centrum is of we hadden nog verder moeten lopen. Wel is er halverwege een prachtig Hotel de Ville maar hier is geen centrum te bekennen. We geven het op en gaan terug.

De volgende ochtend volg ik een bordje met Boulangerie erop en beland in een klein dorpje dat wel een centrumpje heeft met een paar kleine winkeltjes, waaronder een bakker. Dit plaatsje blijkt Vanarey te zijn en aan de andere kant van het water Les Laumes. Veel houdt ons hier niet, dus we gaan op weg naar de volgende verrassing en als alles goed is moet dit Montbard worden. Voor ons doen een kort traject met maar een paar (9 stuks) sluizen.

Montbard is een flinke plaats dat tegen de helling van een heuvel gebouwd is, zoals vrijwel alle plaatsen in dit gebied. De winkelstraat met redelijk veel winkels, kronkelt zich omhoog. Omdat mijn haar nodig geknipt moet worden, maak ik een reservation bij de eerste de beste kapsalon die we zien. Het is voor dames en heren maar blijkbaar staan er geen andere heren op het programma. Ik voel me duidelijk niet op mijn gemak. Bij binnenkomst word ik tussen 2 dames geplaatst die wachten op haarwassen. Zo’n ding staat ook achter mij maar is niet voor mij bedoeld, denk ik nog. Ik heb verkeerd gedacht. Ook ik moet aan de bak. Ik probeer er nog onderuit te komen door te vertellen dat ik speciaal mijn haar een uur geleden heb gewassen. Ik kan het vergeten. Ze knippen blijkbaar alleen maar nat. Ans komt nog even langs om te zien of het mij wel goed gaat. Een klein hip Frans vrouwtje knipt mij met een heel klein schaartje, maar wat gaat het rap. Mijn kapper in Loosdrecht doet het leeuwedeel graag met de tondeuse, rats, rats, ofschoon ik hem niet te kort mag doen want ik ben altijd zeer tevreden over het resultaat. Dit is echter nog eens wat je noemt echt knippen.

We treffen het, want er is een braderie aan de gang. De rijweg zelf is vrijgemaakt voor een grote autoshow, die het eigenlijk een beetje ongezellig maakt. Autovrij maken en dan weer auto’s neerzetten. We klimmen verder de straat omhoog om het hogere gedeelte van de plaats te gaan verkennen. Een uur later komen we weer in dezelfde winkelstraat terug en stellen vast dat de hele braderie in dit uur is afgebroken. Maar ja, het loopt dan ook al tegen 19.00 uur.

We vertrekken om 9.00 uur, dus niet te vroeg. We denken dat het wel zal lukken om op tijd in Ancy le Franc te arriveren. Het gaat dan ook goed de eerste 2 sluizen. Bij de derde sluis ( ecl. 68) bij Buffon wachten we al een tijdje; de motor steeds vooruit en achteruit om in positie te blijven.

Foto 24 graanveld bij Buffon

Het duurt echter wel erg lang voor de sluiswachter zich meldt. Ik besluit de kop van het schip tegen de sluis te zetten om Ans van boord te laten. Zij gaat op verkenning uit maar er is niemand te vinden. Ze gaat dan maar zelf de honneurs waarnemen. Deuren dichtdraaien aan de lage kant, schuiven opdraaien aan de hoge kant, sluis vullen, deuren opendraaien, enz. Met wat instructies op afstand doet ze het perfect en we sluizen ons dus zelf een sluis verder.

Bij sluis 75 krijgen we nog een verrassing te verwerken. Ans merkt al vroeg op dat het een laag bruggetje lijkt over de sluis. We hebben echter al zoveel bruggetjes gehad waar het allemaal net kan, dat ik er geen acht op sla. Er onderdoor gaat dan ook wel maar wel zonder toplicht. Dit wordt door de brug eraf geveegd. Raar toch, dat er één brug is die lager is dan alle andere bruggetjes. De tocht van vandaag die een makkie leek, blijkt toch weer een dag van 9 uur te zijn geworden voordat we in Ancy le Franc arriveren. We nemen ons voor om niet zo door te gaan. Geen doelen meer stellen, want dan moet je ze halen ook.

We vinden in ieder geval een leuke aanlegkade, die echter gereserveerd is voor een hotelboot. We gaan er maar liggen, want we verwachten deze niet. Dit hoor je meestal wel bij de sluizen. In de avond wordt het hier heerlijk stil. Geen verkeer meer en het water wordt glad als een spiegel. We liggen tegenover een prachtig gerenoveerd kasteelachtig gebouw. Het blijkt een soort conferentieoord te zijn. Achter ons ligt een Nederlander met een Favorietkruiser die over dezelfde tocht die wij maken, 4 maanden wil doen. Zij maken kleine sprongetjes. Wij besluiten dit voor de volgende dag ook eens te proberen.

Zondagmorgen. Wat een rust en een stilte. We halen de fietsen van het zwemplateau en plannen een mooi tochtje in de omgeving. We willen in ieder geval Château d.Ancy gaan bekijken.

Foto 25Château d”Ancy

De Nederlanders zijn inmiddels vertrokken en we besluiten voor alle zekerheid onze boot naar zijn oude plek te verleggen omdat die net buiten de officiële peniche-aanlegplaats ligt. Stel je voor dat er toch een peniche komt. We zijn er beiden van overtuigd dat deze start van de dag een goede is. Om 13.00 uur besluiten we om te vertrekken. We zien wel hoever we komen. We beginnen met 4 automatische sluizen dus we hebben alles zelf in de hand. De andere 5 zijn weer conventioneel. Bij sluis Argenteuil sur Armancon, sluis nr. 82, worden wij verrast door een Nederlandse pittige oude dame met grijs haar. Zij komt met uitgestoken handen naar ons toe. Ze stelt zich voor als Anneke en nodigt ons uit voor een glaasje wijn. Zij woont al 13 jaar in deze sluiswachterswoning. Twaalf jaar met haar man en het laatste jaar alleen omdat hij is overleden. Zij voeren altijd met een platbodem. Ze vertelt honderduit over hoe ze hier gekomen zijn, hoe ze het huis hebben verbouwd en wat ze met de tuin gedaan hebben enz. Ze vindt het heerlijk om Nederlanders te zien. Ze vertelt dat er deze week 3 stel Nederlanders aan haar tafel hebben gezeten. Ik denk dat geen Nederlander met zijn schip doorvaart. Het is echt leuk om bij haar te stoppen. Voordat we wegvaren, kopen we eigengebakken kruiden- en notencake en jam.

Bij sluis St. Vinnemer (sluis 88) zien we de sluiswachter op de sluis. Gelukkig maar want het is bijna kwart voor 6. We mogen dus verwachten dat we nog geschut zullen worden. Op het moment dat we pal voor de sluis liggen, stapt hij in zijn auto en vertrekt zonder enige mededeling. We hebben goed de smoor in, dat is duidelijk. Ans klimt weer op de sluisdeuren en denkt zelf te gaan schutten. De slingers van de schuiven zijn echter afgenomen en dan kun je niets. Ik leg de boot aan en we gaan samen in het sluiswachterhuisje zoeken. Jawel daar liggen de slingers keurig in een rek. Dus meenemen en draaien maar. Samen is dit een fluitje van een cent. Al met al wordt het toch nog laat, want we arriveren pas om 19.00 uur in Tanley. De aanlegplaats is mooi. De voorste helft is voor hotelschepen, de achterste helft voor de pleziervaart. Jammer genoeg blijkt de achterste helft, dus naast ons, een tennisbaan en een hangplek voor jongeren te zijn. Hard remmende motoren, auto’s, brommers en harde muziek. Om ca. 21.00 uur wordt het rustig en we denken er vanaf te zijn totdat om 23.00 uur alle jongeren en nog een paar meer terugkomen. Ze blijken naar de kermis te zijn geweest die we inderdaad de volgende dag aan de andere kant van het dorp ontwaren. Muziek, praten en lachen tot 1.00 uur in de nacht. Niet echt rustig dus.

De volgende dag beginnen we weer met een slow start. We gaan het plaatsje bekijken en we willen het bekende Chateau Tanley bezoeken. Voor de kasteelpoort zit echter een mannetje die de rondleidingen verzorgt. Omdat we bang zijn dat we daar ook aan moeten geloven, besluiten we daar niet aan te beginnen. We fietsen daarom maar een beetje rond in de omgeving, laden daarna de fietsen op en vertrekken. Dit keer echt een kort stukje met maar 6 sluizen en geen verder oponthoud. We zijn om 14.00 uur dan ook al in Tonnerre. We kunnen aanleggen in een kom tussen twee sluizen; aan bakboord duidelijk voor iedereen en aan stuurboord seulement voor huurboten. We liggen dit keer onder de bomen in de schaduw. Bij al die hitte lijkt ons dat een goed idee.

Foto 26 Tonnerre

Even kunnen we deze beslissing onderschrijven. Later in de middag missen we het zonnetje toch wel weer. De plaatsjes in de zon zijn echter allemaal bezet. Het wordt dus een shirt aan vanavond.

Direct na aankomst hebben we de fietsen afgeladen die we daarna ook niet meer achterop zetten maar op het voordek laten staan. We zijn van plan veel te gaan bekijken want er is veel te zien op dit traject. Van ver zien we twee prachtige kerken boven alles uitsteken. Ze staan boven op een berg. Op weg hier naartoe zien we een bordje “Abbey Saint Michel”. Het is een groot bord en we moeten beslist deze “Abbey” zien. Het blijkt echter heel hoog te liggen en de klim is stijl. De fiets aan de hand omhoog duwend bij 30 graden is een klus, maar we halen het. Het blijkt echt de moeite waard, maar wel anders als we dachten. Het blijkt een 4-sterren-hotel en restaurant te zijn op de top van de berg. Uitzicht natuurlijk uitstekend en de weg naar beneden heel makkelijk op onze fietsjes. We laten ons niet uit het veld slaan en gaan weer omhoog naar één van de kerken. Later nog een weggetje naar een andere kerk, met andere woorden het is wel weer genoeg voor vandaag.

Na de volgende morgen brood bij de bakker te hebben gehaald, ontbijten we op het achterdek en vertrekken op weg naar St. Florentin.

Even na de eerste sluis zien we naast ons op de glooiing van het land naar het water 5 bevers rondrennen. Ofschoon we op 5 meter afstand passeren, blijven ze rustig hun gang gaan.

Bij het passeren van de brug in Saint Florentin zien we rechts van het water een lange kade die bijna vrij is van boten. Slechts één huurboot die met zijn kont tegen de kant ligt. We zien echter geen water- en elektriciteitaansluitingen waar je toch altijd weer op let. Iets verderop is de ingang van het haventje waar we ook diverse huurboten zien afgemeerd. We varen langzaam naar binnen. Een Engelsman loopt met een waterslang achter zijn vrouw of vriendin aan en koelt haar lekker af. Het is ook nodig. Ik denk dat het wel 36 graden is. Alle schepen liggen met de achterkant naar de steiger om meer plaatsen te creëren. De Engelsman heeft zijn boot tegen de regels in over een lengte van 15 meter langs de steiger liggen en heeft hiermee de laatste plaatsen ingenomen. We zijn er niet rouwig om want in zo’n volle haven krijg je het nog warmer. Dan maar geen elektriciteit en water. We varen terug naar de kade en meren af, zo dicht mogelijk bij de Capitainerie annex VVV-informatiekantoortje. We liggen nu riant en op die ene boot na in ons uppie. Tegen de tijd dat de bezetting van de capitainerie verdwenen is, leggen we even een lange kabel naar het toilet en vinden daar een stopcontact. Net op het moment dat ik onderuit wil gaan liggen om verder niets, maar dan ook niets meer te doen dan een heel koud drankje te nuttigen, is Ans van mening dat we nog even in de benen moeten. “We roesten anders vast” en “we hebben de hele dag op ons gat gezeten”, dit soort kreten. Het compromis is dat we eerst wat kouds drinken en dan gaan wandelen. Dat wil dan wel zeggen de stad bekijken bij 36 graden. We voeren dit plan uit maar wel heel erg langzaam. Toch moeten we het bezuren, althans Ans. Bij terugkomst heeft ze symptomen van een zonnesteek en ze duikt in bed voor een slaapje. Dat in bed duiken betekent deze dagen overigens heel stil op je laken te gaan liggen. Later in de avond knapt ze weer op gelukkig en de volgende dag is er niks meer aan de hand.

Het wordt nu rustiger met sluizen. Soms komen we zelfs enkele kilometers niets tegen, het is even wennen. We willen niet ver varen vandaag en laten ons einddoel open. Na 3 sluizen en twee uurtjes varen zijn we in Brienon. Het ziet er leuk uit dus we stoppen, leggen vast en gaan het dorpje in. We hebben inmiddels al besloten om even een pauze te nemen en later weer door te varen. Het is een leuk klein dorpje met een paar leuke straten en een pleintje met terrasjes, maar we zijn toch snel uitgekeken. Bovendien is de warmte op het water enkele graden lager als je vaart. Dus we gaan weer op weg. We lopen nu al snel van onze kaart want Canal de Bourgogne loopt ten einde bij Laroche Migennes en dat is ons volgende doel. Het is nog vroeg en we willen nu eindelijk wel eens op ander water varen. Dat moet in dit geval wel, want we varen kort daarop de Yonne op. De laatste sluis op Canal de Bourgogne is een hele diepe, die ons op de Yonne uitspuugt.