Traject 6, van Migennes tot Parijs (Yonne en Seine)

Links direct om de hoek onder de boogbrug door begint Canal de Nivernaisen rechtsaf gaat het naar de Yonne, die mooi en breed is. De snelheid van 6 km. die we het hele kanaal hebben moeten varen, wordt nu vervangen door een heerlijk vaartje van 15 km. Zelfs de motoren hebben er zin in.

We jakkeren met slechts 2 sluizen in no time naar Joigny. Zover hadden we beslist niet verwacht te komen. Onder de prachtig met bloembakken behangen brug van Joigny door, zien we links van ons een flinke haven. Het is uiteraard weer een depot van huurboten. Hoe dan ook, dit zijn toch de meest complete havens. We zoeken een plaatsje en gaan lekker onderuit een drankje nemen. We gaan als er enige afkoeling is, de stad in. Het begint behoorlijk te dreigen in de lucht en we verwachten dan ook dat dit een fikse onweersbui zal opleveren. Joigny is een prachtige stad met een heel mooie ligging tegen de flanken van de heuvel Saint-Jacques.

Foto 27 Joigny

We vinden dat we even omhoog moeten klimmen om l’eglise Saint Thibault te bekijken. Het blijft nog lang droog, maar tegen de tijd dat we in bed stappen, breekt een gigantische bui los met heel veel donder en bliksem. We doen geen oog dicht die nacht omdat het onweer iedere keer weer terugkomt. Je kunt bijna niet geloven dat het de volgende morgen toch weer gewoon droog en zonnig is, al zal later die dag blijken dat het mooie weer voorlopig voorbij is.

We beginnen de volgende dag met de kap omhoog. Telkens wordt de zon verdreven door donkere wolken. We wachten maar even af. De eerste sluis, ecluse St.Aubin (nr. 3), is dicht maar gevuld met water, dus lang kan het niet duren, denken we. Er gebeurt echter niets totdat de sluiswachter ons toeschreeuwt dat ze problemen hebben met de elektriciteit. Het kan misschien een uur duren, misschien iets langer. We leggen maar vast tegen de sluis en doen de kap naar beneden omdat het zonnetje weer schijnt. Een Engelsman met een huurboot gaat achter ons liggen. We hebben ze al eerder gezien en we beginnen een praatje. Zij hebben de boot gehuurd voor één week en hun reisje is dus uitgestippeld. Zoveel dagen heen en zoveel dagen weer terugvaren. Groot oponthoud is bij een korte bootvakantie funest. Als we er een paar uur later nog liggen, vertrekken zij,terug naar een andere bestemming. Om 16.15 uur is er weer leven in de brouwerij. Ze draaien weer. De dag is natuurlijk grotendeels naar de knoppen. Als alles verder goed verloopt, komen we misschien toch nog ergens. Maar helaas, sluis nr. 5 geeft geen gehoor. Niemand aanwezig. Na lang genoeg gewacht te hebben, gaat Ans aan land en kijkt ze bij de sluiswachterwoning. Alle deuren staan open. Ze roept “volk!” of zoiets en bij de 3e deur heeft ze beet. Een dame komt vertellen dat haar man geen dienst heeft maar dat aan de andere kant van de sluis de 2e sluiswachter woont. Die moeten we hebben. Ans gaat de volgende woning verkennen. Roepen en bellen helpt niet. De deuren proberen, durft ze niet want een hond springt blaffend bijna door de ramen. Met een gebaar van ‘ik weet het ook niet meer’ komt ze weer aan boord. Ik besluit het VNF, die verantwoordelijk is voor deze sluis, te bellen. Ik vertel dat er geen sluiswachter is en dat we al een uur liggen te wachten. Een woordenstroom helpt me niet verder. Ik versta er geen woord van. Ans neemt over en kan er nog net wél een touw aan vastknopen en stelt vast dat hij zei dat er iemand komt. Een kwartier later stopt er een VNF-wagentje. Een vervanger stapt uit en probeert de zaak aan de gang te brengen maar hij heeft geen sleutel voor de bedieningskast. Hij gaat eerst naar huis 1 om een sleutel te zoeken, daarna naar huis 2 en jawel. Inmiddels is aan het gezicht van de vervanger te zien dat hij zijn collega op zijn minst zal vierendelen als ze elkaar zien. Al met al een latertje. We kunnen schutten om 18.00 uur. Het einddoel voor die dag wordt Villeneuve-sur-Yonne.

Villeneuve-sur-Yonne is een geweldig plaatsje met veel mooie bezienswaardigheden. Vooral de eclise Notre-Dame is de moeite waard om te gaan zien. Het centrum wordt gevormd door twee winkelstraten. De winkelstraat die het dichtst bij de ligplaatsen is, wordt aan beide zijden afgesloten door twee prachtige oude poorten. De tweede winkelstraat heeft een markthal voor groente, fruit en vlees. Tijdens onze verkenningswandeling komen we langs de supermarkt. Hier staan gasflessen voor de deur en de eigenaar is alles aan het afsluiten. Op zijn vragende blik vertellen we hem dat we een nieuwe gasfles nodig hebben en met de boot aan de kade liggen. Hij vraagt wat voor fles we hebben want buitenlandse flessen neemt hij niet, wat wij overigens al lang wisten. Hij zegt dat er niets anders op zit dan een nieuwe fles te kopen. Wij vinden dit maar zonde en zeggen dit ook. Hij kan misschien wat organiseren als we de volgende dag nog even langs komen. We komen toch ook wel inkopen bij hem doen zeker? Wij beamen dit graag. De volgende dag zoeken we met enige moeite de baas op. Hij zegt dat we straks, na onze inkopen te hebben gedaan, bij de kassa een gasvulling af moeten rekenen, maar nog wel even naar hem moeten vragen. We komen er dus prima vanaf met onze gratis Franse gasfles. Als we met de fles de zaak willen verlaten, biedt hij ons aan om met de auto alles even af te leveren bij de boot. Dat is pas echte service! Tijdens ons loopje naar de supermarkt hebben we al gezien dat erin de tweede winkelstraten een markt is opgebouwd. We nemen hiervoor natuurlijk nog even flink de tijd.

Van sluis 6 t/m 10 is er weinig te melden behalve dan misschien dat we de prachtige plaats SENS voorbij varen zonder te stoppen. Oorspronkelijk hadden we het plan om in Sens te stoppen, maar het past niet meer in ons tijdschema. Bij sluis 11 worden we flink opgehouden door een duwcombinatie. Tot Port-sur-Yonne gaat het verder goed. Het is inmiddels 18.00 uur en we besluiten een ligplaats te zoeken. De aanlegplaats die op de kaart staat, bestaat blijkbaar niet meer. We varen voor de zekerheid nog even terug. Aan het eind van het dorp ligt een soort oude startsteiger voor kano’s, welleswaar half gezonken maar met een beetje creativiteit kunnen we hier aanleggen. Ik denk overigens niet dat dit bouwval volgend jaar nog bruikbaar zal zijn. We gaan later het dorp bezoeken en belanden uiteindelijk in een soort allerhande zaak waar we op zoek gaan naar een escargot-tang die we helaas niet kunnen vinden. We hebben eerder een volle zak met 36  slakken gekocht, waarbij ik die dingen bij het nuttigen van de eerste 12 met de hand moest vasthouden. Knap heet en glibberig en vandaar onze pogingen om hulpmiddelen aan te schaffen.

Als we terugkomen van boodschappen doen, zijn oude bekenden bezig aan te leggen. Zij hebben een platbodem van zo’n 20 meter. We hebben elkaar diverse keren gezien maar nooit kennis gemaakt. Wel weten we inmiddels dat het een Hollandse boot is met een Hollandse vlag maar bemand door 2 Engelse heren. De ene keer dat ik ze geholpen heb met aanleggen, deden ze geen bek open dus zwaaien we vanaf die tijd alleen maar naar elkaar.

De volgende dag zijn er nog 7 sluizen te gaan naar Montereau. Montereau ligt op de splitsing van de Yonne en de Seine.

Foto 28 Montereau

We vinden een prima ligplaats net voor de brug tegenover de Notre-Dame de Montreau, die bijna tegen de brug aan staat. Bij het binnenvaren worden we al begroet met muziek ergens uit een park langs het water. Het blijkt dat er die middag en avond veel bekende sterren optreden. Jammer dat het weer niet meewerkt. Het begint tegen de avond zelfs flink hard te regenen en het wordt ook koud. Daarvoor hebben we gelukkig nog kans gezien om de stad te bekijken en inkopen te doen. ‘s Avonds doen we alles goed dicht om het lekker warm te krijgen en we gaan de nieuwe waterkaart La Seine Amont eens goed doornemen.

Ons vertrek is met een zonnetje en dus ook met een goed humeur. We hebben de stroom mee dus we kunnen een flinke afstand overbruggen vandaag. We passeren hierbij een aantal leuke plaatsjes zoals Champagne sur Seine en Samois sur Seine met langs de kant van het water veel mooie huizen en parken.

We hebben het plan om Melun te halen en daar een plaatsje te zoeken. Het jachthaventje waarop we gemikt hebben, ligt echter ver buiten de plaats en we zijn nog vroeg. We tuffen daarom met nog onbekende bestemming door. Bij Ecluse Condray nr. 7, overwegen we om aan te leggen. Er is bij de sluis een restaurant. We willen echter liever een beetje in de stad liggen en varen door tot Saintry. Er is daar volgens de kaart een haven maar deze blijkt alleen voor kleine bootjes. Er zijn lange mooie kades maar daar mogen we volgens de borden niet liggen. Aan het einde van een dergelijke kade gaan we het maar proberen. Er mag veel in Frankrijk dus wie zal ons wegjagen. Blijkbaar gaat het hier niet om het niet mogen maar om het niet kunnen liggen. Op 2 meter uit de kant is het nog meer dan 2 meter. Ik begin een voorzichtige aanlegmanoeuvre zonder even op de dieptemeter te letten en we lopen mooi vast op de stenen. Wat we ook doen, we zitten zo vast als een huis. We horen bij het achteruitslaan, eerst met één motor en daarna met twee, alleen maar geschuur en bonken onder de boot. In de verte zien we een platbodem komen. We hebben hulp nodig dus moeten we ze maar aanroepen. Het blijkt een Hollandse Tjalk te zijn. “Op Hoop van Zegen” staat op het houtgesneden bord. Ze willen wel even bijdraaien en helpen. We brengen een lange lijn over en ze beginnen te trekken. Eerst voorzichtig daarna met volle kracht. Met veel “geklonk” onder het schip komen we vrij. De Tjalk sleurt ons mee tot midden op het water en gooit los. We bedanken en zwaaien ze een goede reis toe. We vinden even later een ligplaats bij sluis Evry, nr 7. We laden de fietsen af en gaan een beetje rondfietsen in de omgeving. We zitten nog tot laat op het achterdek en kunnen de zon zien ondergaan. Het is weer heerlijk.

Parijs ligt nu binnen het bereik van een dag varen, als alles meezit natuurlijk. En dat doet het. Het is een heel aparte ervaring Parijs binnen te varen. Je kunt heel veel zien, omdat je overal zo vlak langs vaart. Het moment dat we op de splitsing van Seine en Marne komen, zien we aan stuurboord het imposante Hotel China liggen. Voor het hotel gaan we bakboord uit en we zien even later bij het achterom kijken, wat een enorm ding dit is. Het is echt de kennismaking met Parijs. Daarna volgt het ene na het andere imposante gebouw. Ook de bruggen zijn de moeite waard om goed te bekijken.

Foto 29De Seine

De moderne Mandela brug, de Pont de Bercy, Pont en viaduct Austerlitz, enz. Midden op de rivier kun je onder een rij van misschien wel 6 of 7 bruggen die dicht bij elkaar liggen door kijken. Alle bogen lijken een heldere schaduw van elkaar. Alsof je in een tunnel kijkt. Je wordt er een beetje stil van. We gaan afmeren in de Port de Paris Arsenal, dus het is zaak  goed in de gaten houden waar de sluis is. Nog onder de indruk van de prachtige bruggen komen we opeens op een breed stuk Seine met aan de rechterkant de meldsteiger voor Port Arsenal en recht voor uit de imposante Notre Dame. Port Arsenal is het begin van het Canal St. Martin, dat aan beide kanten een sluis heeft. Bij de sluis vanuit de Seine vaar je direct de haven binnen. De schutting wordt vanuit de capitainerie geregeld. We lezen aandachtig het bord bij de meldsteiger. We moeten op een bel drukken. Ans stapt op de kant en gaat op zoek. Geen bel. Ze verdwijnt om de hoek en blijft lang weg. Ze heeft zich inmiddels persoonlijk gemeld achter de sluis bij de havenmeester, die dit zeer waardeert zoals hij zegt, maar ons al heeft gezien op de monitor. Hij verontschuldigt zich dat de bel momenteel tijdelijk op de meldsteiger ontbreekt. We worden geschut en krijgen een plaatsje tussen een Fransman en een Nederlander. De kans dat je naast een Nederlander komt te liggen is overigens groot. Deze haven is zeer populair bij Nederlanders, ondanks veel negatief commentaar dat wij onderweg hebben mogen horen. Wij hebben het ervaren als een redelijk goede haven met een perfecte ligging midden in de stad. Onze wandelingen later langs de Seine bij de Notre Dame, waar de tientallen portrettekenaars hun kunsten laten zien, het Hotel de Ville, Boulevard Saint. Michel, Saint-Germain-des-Prés, enz. en alles op loopafstand van de haven. ‘s Avonds zoeken we de Seine weer op. De rondvaart- en dinerboten beginnen in grote getale te komen en zo tegen het donker worden is het min of meer een file van al deze waanzinnige schepen. We zien glazen paleizen voorbij komen met rijen halogeenlampen op de zijkant of er bovenop. Deze schijnen van de boot weg, dus op de kades, gebouwen en de toeschouwers op de kant; de rondvaartboten hebben elk honderden passagiers boven op het dek. De dinerboten hebben hun eetgasten onder glazen koepels weggeborgen of achter grote glazen wanden die boven nog eens teruglopen in het bovendek. Een echte etalage. De bedoeling is dat de passagiers veel zien maar misschien nog wel meer om gezien te worden. We willen dit schouwspel nog niet achter ons laten. We hebben een paar restaurantboten, die een permanente ligplaats hebben, zien liggen en we besluiten er één uit te zoeken. Het is prachtig zacht weer dus we gaan naar het bovendek in de buitenlucht waar het gezellig ingericht is met een 20-25 tafeltjes. Het is inmiddels donker en we zitten eerste rang om al de verlichte boten voorbij te zien varen.

Foto scannen Map Seine Amont blz 27, tekst Jachthaven Arsenal-Parijs

Een geweldige belevenis waarbij het eten en de wijn ook nog uitstekend blijken te zijn. Na het diner wordt het tijd voor een flinke wandeling. ‘s Middags hebben we Boulevard St. Michel afgelopen en op een leuk terrasje gezeten, nu gaan we Saint-Germain-des-Prés bezoeken met al zijn honderden restaurantjes. We blijken wel erg duur gegeten te hebben want je kunt hier lekker eten voor zeer weinig geld. Er is duidelijk een heftige concurrentie en dat drukt de prijzen enorm. Een werkelijk leuk menu’tje vlees of vis voor 80 tot 100 Frs. wordt overal aangeboden en in een gezellige sfeer. Een lange wandeling tussen zoveel lekkers maakt je langzaam aan weer hongerig. Nou, wat let je!

We rollen vroeg in de nacht tevreden maar versleten in ons bed.