Traject 7, van Parijs naar Compiegne ( Seine en Oise)

De day after de night before valt mee. We voelen ons redelijk goed en een paracetamol is voldoende om ons weer geheel in conditie te brengen want er moet weer gevaren worden. Niet direct, want we gaan eerst de stad in om boodschappen te doen. Ans heeft een adres gekregen van een Super Marche en die lijkt op het eenvoudige stadsplan heel dichtbij. Het blijkt in werkelijkheid een eind lopen. Heen gaat nog wel maar terug wordt moeilijker. Een rugzak vol. We lossen elkaar regelmatig af met dragen en zo lukt het ook nu weer. Na de spullen aan boord gebracht te hebben lopen we nog even bij de scheepswinkel cq. scheepsmakelaar voorbij om een kaart van de Franse Sambre te kopen. We hebben nl. besloten om niet de Marne en Canal des Ardennes terug te nemen maar de Oise en de Sambre. De Sambre kaart hebben we nog niet en konden we tot nu toe nergens krijgen. De winkel blijkt nog dicht te zijn. We gaan te rade bij de havenmeester die ons doorstuurt naar een grote winkel in scheepsbenodigdheden ergens een paar straten verwijderd van de jachthaven. Ook hier geen kaart van de Sambre. Het is niet anders. We besluiten eerst nog uitvoerig te lunchen met het heerlijke verse brood dat we bij de warme bakker gehaald hebben. Er wordt afgerekend in de capitainerie ( f.70,- per nacht) en de sluizen openen zich voor ons om in te varen. Het sluizen duurt lang maar nog langer duurt het openen van de deuren voor uitvaart. Door de wind gaan de deuren iedere keer een stukje open en dicht maar er gebeurt verder niets. Ook zwaaien naar de monitor helpt niet. Bij het afrekenen hadden we al bemerkt dat deze mensen meer kletsen met elkaar en iedereen, dan dat ze werken. Ik besluit ze via de marifoon op te roepen. Jawel, het systeem komt weer op gang en de deuren openen zich. We hebben ons erop verheugd om door Parijs te varen en nemen daarmee de grote omweg voor lief. Via het Canal Saint Martin hadden we een stuk af kunnen snijden maar we willen alles zien en niet te snel varen natuurlijk. De waarschuwingen van het links en rechts gepasseerd worden door al die grote rondvaartboten is voor ons niet van toepassing. Deze jongens beperken zich tot een paar en we hebben er niet de minste last van. Later op de dag zal dit ongetwijfeld anders worden.

Op deze vaartocht zie je Parijs in zijn volle glorie. Veel bekende gebouwen blijken toch dicht bij de Seine te liggen. Het is jammer dat we niet weten welke gebouwen we passeren, op een enkele zeer bekende na. Ze moeten er aan de waterkant eens borden aan hangen. Er volgt een rij van prachtige bruggen waarbij vooral Pt Alexandre en Pt d’Léna indruk maken. De Eifeltoren blijkt zo ongeveer het sluitstuk van het mooie Parijs te zijn, ofschoon daarna nog het vrijheidsbeeld volgt.

Foto 30

Verderop worden het moderne bouwsels met nog een paar prachtige bruggen maar we hebben Parijs echt gehad. We kijken maar weer op de kaart voor het volgende voor ons liggende traject. Eerst naar Conflans-Ste-Honorine, waar de Oise begint. Op de kaart lijkt Parijs – Conflans niet te ver, maar we merken al gauw dat het een flink stuk is van 70 km. We zijn pas om 12.45 uur vertrokken en we stellen vast dat het, ondanks dat het stroomafwaarts is, een latertje zal worden. De Seine blijkt een drukke rivier. Er is veel vrachtvaart en we zien dus veel peniches. Nog veel meer zien we ze langs de kant als woonboot, als leeg schip zonder bewoners en dus zonder bestemming of als wrak. Vele honderden liggen er langs de Seine min of meer opgeslagen. Soms 4-5 rijen dik en vele achter elkaar. Dicht bij Parijs ziet het er allemaal nog prima uit. De meeste zijn daar bewoond. Hoe verder we komen hoe groter het aantal ongebruikte schepen. Bij Conflans is een soort depot van peniches, maar hier liggen ook de nog actieve schepen die op vracht liggen te wachten.

Foto scannen uit gids Picardie blz 118 (laatste blad) Tekst Conflans Saint Honorine

Op de kaart is een haventje vermeld en we denken daar onze stop voor de nacht te kunnen maken. Het haventje ligt echter vol met oude en vervallen peniches waarvan er enkele half gezonken bij liggen. Het is een triest gezicht, deze vergane glorie van de spits. We blijken een nogal oude kaart te hebben want de 3 tankschepen voor dieselolie bestaan niet meer. Met het verdwijnen van de schepen verdwijnen ook de tankschepen natuurlijk. Eén laat nog een groot bord zien maar als we aanleggen om te tanken, is alles verlaten en sommige ramen zijn ingegooid. Het ziet er triest uit. We zijn het zat om nog verder te varen dus we zoeken een gaatje tussen de peniches. We gaan liggen aan de steiger waar de varende brandweer zijn boten heeft afgemeerd, we kunnen er nog bij. De brandweerlieden knikken ons vriendelijk toe dus het mag. We liggen prima tegenover de bakker. Het plaatsje floreert blijkbaar van alle scheepsbemanningen. Ruw geschat liggen alleen hier meer dan 150 schepen. Als we even rondlopen zien we dat het een echt groot winkelcentrum heeft.

De volgende morgen hebben we maar één zorg: hoe komen we aan dieselolie. We komen niet ver meer, vooral omdat we op de Oise stroomopwaarts gaan varen en dat kost dus extra olie. Op de hoek van de Seine en de Oise zien we aan beide zijden een tankstation van Fina. We gaan eerst aan bakboord vragen maar die hebben geen diesel. Zij verwijzen ons naar hun bedrijf aan stuurboord. We steken over en worden bij het aanleggen al toegeschreeuwd dat ze geen dieselolie meer hebben. Omdat we uit een onmogelijke hoek weer weg moeten draaien en de stromingen van de Oise en Seine ons tegelijkertijd pakken, worden we flink tegen afgemeerde peniche aan geworpen. Door volle vaart achterruit te slaan, kunnen we de schade beperken tot een stukje verfloze houten railing. We constateren dat we dieselolie hier kunnen vergeten. We besluiten bij de volgende stop een stadje uit te zoeken met een tankstation om met mijn 20 liter tankje dieselolie te gaan halen. We weten inmiddels dat Compiegne zeker een tankstation heeft, maar dat halen we niet. Dus we moeten tot we daar zijn wat improviseren. Bij ieder dorpje dat we voorbij varen, kijken we extra scherp of we niet een tankstation dicht bij de rivier zien liggen. We zien heel mooie stadjes maar geen tankstation. Eén van die mooie plaatsjes is Cergy, dat een werkelijk prachtige nieuwe haven heeft midden in het dorp. 

Foto 31 Haventje Cergy

Bij Pontoise krijgen we de eerste sluis te verwerken. Ans gaat eens even met de eclusier praten over dieselolie. Ze komt terug met de mededeling dat hij al onze scheeps- en eigendomspapieren wil zien. Welk oneerbaar voorstel heeft ze hem gedaan? Ik ga me melden met de papieren. De 30-dagenkaart wil hij ook zien maar die ligt nog in de boot, waarbij ik me tevens realiseer dat we de laatste 14 dagen nog niet hebben ingevuld. Gelukkig dringt hij niet aan en ik word niet teruggestuurd om dat ding te halen. Even verderop passeren we het plaatsje Pontoise. We hebben al gezien dat er een aanlegplaats net voor de tweede brug is maar we hebben nog geen interesse. Op onze tocht krijgen we regelmatig te doen met eilandjes in het midden van het water. Het geeft een leuke afwisseling. We passeren L’Isle-Adam en Beamont. Bij Boran zien we een aantrekkelijke aanlegplaats met een restaurantje in een grote Pagode tent. Veel plaats is er niet, m.a.w. het is vol met meest kleinere bootjes. We zijn ook niet van plan te stoppen want we willen een flinke plaats uitzoeken voor de nacht en voor de dieselolie. We kiezen voor Creil, 58 km van Conflans. We vinden een aanlegplaats langs een stenen kade met aansluitend een grasrand met bomen en heesters.. Geen aanlegbolders, water of elektriciteit. We leggen vast met grote pinnen die we in de grond slaan. Het waait hard en er staat een flinke golfslag. We leggen alles wat we aan stootwillen hebben aan één kant. Bij de eerste peniche die voorbij komt, worden de pennen echter uit de grond gerukt. We leggen daarom lange lijnen naar de bomen aan de kant en slaan bovendien ook nog de pinnen in de grond. We gaan er eens lekker voor zitten en kijken naar een oude man die wat wankel over de grasstrook wandelt en prompt over onze lijn valt. Hij kan niet meer omhoog komen. Ik ga hem een handje helpen. Hij is stomdronken en stinkt als een otter. Na deze goede daad stap ik trots weer aan boord waar Ans me vriendelijk maar dringend verzoekt eerst mijn handen te wassen. Om verdere ongelukken te voorkomen hang ik de Belgische sleepvlag aan het touw. Ik had misschien beter de Franse vlag kunnen gebruiken. Daar vallen de Fransen beslist niet over, maar ja, die hangt in het mastje. In het dichtstbijzijnde café tegenover ons ga ik vragen waar een tankstation is, want het probleem dieselolie blijft zeer actueel. De café-eigenaar is er bijna zeker van dat er een tankstation “sur le plateau” is ongeveer 5 km ver. De dame van het autoverhuurbedrijf, die we daarna vragen, denkt dat het maar 3 km is. Na de koffie neem ik het olietankje van 20 liter en stap op de fiets. Plateau betekent hoog merk ik al gauw. Vanaf de brug naast onze aanlegplaats gaat het steil naar boven. Op mijn kleinste versnelling kom ik 1 km. ver en heb ik al snel verzuurde benen en geen adem meer. Na enkele minuten uitrustenklim ik te voet met de fiets aan de hand verder en vraag me af waar ik nu weer mee bezig ben. Ik moet wel 3 keer deze tocht maken om een redelijke voorraad op te bouwen en dat haal ik nooit. Terug gaat natuurlijk goed ofschoon 20 kg. aan de bagagedrager weinig stabiliteit geeft tijdens een snelle afdaling. Bovendien blijkt de afdaalwind zo sterk, dat ik verkleumd beneden kom. Ans vindt het geloof ik zielig want er is koffie en koek om me weer bij te brengen. Ik gooi de olie in de tank., Een tweede rit zit er vandaag niet in. We bespreken de situatie met deze 20 liter in een tank van 1000 liter. De reserve staat op half rood dus teveel mogen we er niet van verwachten. Ans vindt dat we het er maar op moeten wagen om Compiegne te bereiken. Ik laat me dit graag aanpraten op dat moment.

De volgende morgen denk ik daar echter weer anders over. Ik zie me onderweg al in het riet liggen zonder olie. Ik heb bedacht dat ik in de vroegte nog een ritje kan maken. Ik vertrek terwijl Ans me naschreeuwt: heb je geld bij je? Natuurlijk heb ik geld bij me! Halverwege de heuvel, zeg maar berg, moeten mij even enige krachttermen van het hart. Tankje vergeten! Ans vindt dat ik snel terug ben. Nogmaals gaan is niet meer aan de orde. We gaan vandaag met stroom tegen op één motor varen en dan kan het lukken, al duurt het wat langer. Onze buren aan dezelfde kade zien we met een flinke vaart voorbij varen, terwijl wij pas een half uur later op de langzame toer vertrekken.

Foto 32 bij Sarron

We blijven hangen achter een zeer trage peniche en vallen daarbij bijna in slaap. Tot onze verrassing treffen we bij sluis Sarron 3, 13 km verderop, onze “snelle” buren weer aan. De sluis heeft ze rustig laten wachten tot “onze” peniche er is, of zullen ze op ons gewacht hebben? Wat is eigenlijk snel en langzaam? We bereiken allemaal gelijktijdig Compiegne.