Traject 8, van Compiegne naar Jeumont ( Belgische grens)

Het tankstation dat we zien heeft bij ons hetzelfde effect als een toilet als je erg moet. Het is een opluchting. We besluiten eerst maar te tanken en hopen tevens hier ons kaartprobleem voor de Sambre op te lossen, alhoewel we al bedacht hebben dat we gewoon achter iemand anders aan kunnen gaan varen. Het BP tankstation lost niet alleen ons dieselolieprobleem op tegen een redelijke prijs, maar ook ons kaartprobleem. Ze hebben alles. In Frankrijk hebben we nog niet een watersportzaak gezien die zo groot en zo goed gesorteerd is, zelfs niet in Parijs. Tevreden vertrekken we op weg naar de echte jachthaven die hier aanwezig is. Voordat we hier zijn, komen de schepen die zich daar gemeld hebben terug. De haven is vol.  We besluiten maar niet eens binnen te varen en zoeken een plaats aan de stuurboordzijde, vanaf Creil gerekend, net voor de brug. We kunnen goed vastmaken aan de houten balken die langs de kade in betonnen staanders zijn ingegoten. Je ligt daar zo vast als een huis! Er is geen elektriciteit of water dus onze omvormer zal zijn dienst weer moeten doen deze dagen. We zijn nl. van plan om hier quattorze Juillet te vieren. Dit betekent 3 nachten op de omvormer en we zijn niet zuinig met stroom. We bedenken dat als we geen elektra meer hebben, we misschien eerder naar bed moeten. So what?

De volgende dag is er toch nog wat twijfel. We moeten ook nodig water tanken. We maken daarom een wandeling naar de haven. De capitainerie annex cafe/kantine is op slot. Een oud mannetje loopt op de haven en zegt dat we aan de laatste steiger kunnen gaan liggen maar dat het er ondiep is en dat we niet van de steiger af kunnen. Van het toegangshek is de sleutel zoek en volgende week komt er pas een nieuw slot of een nieuwe sleutel voor. We besluiten maar te blijven liggen waar we liggen. We zien wel.

Op de avond van onze eerste dag in Compiegne lijkt het een beetje oud en nieuw. Tussen 10 uur en middernacht wordt op verschillende plaatsen vuurwerk afgeschoten. We vragen ons af op we ons een dag vergist hebben. Was het vandaag misschien 14 juli? Het blijkt gebruikelijk te zijn om dit op de avond voor de 14e te doen. De tweede dag begint slecht. Regen en nog eens regen. Het is nu wel 14 juli, dus feest. Wij denken dat het een soort koninginnedag wordt. Om 10.30 uur gaan we maar eens kijken wat er allemaal gaat gebeuren. Er gebeurt echter helemaal niks. Om 15.00 uur zijn er nog geen tekenen. De meeste winkels zijn open en niets duidt op feest. We besluiten ons in de cultuur te storten, niet in de laatste plaats omdat het inmiddels ook stortregent. We willen het paleis van Napoleon en Marie Antoinette beslist nog gaan zien dus hullen we ons in regenkleding en laarzen. Een gigantisch paleis met grote tuinen strekt zich uit over een zeer groot gebied. We rennen de informatieruimte binnen om te schuilen voor de regen maar lopen op aanraden van een rondleidster even later mee in een rondleiding van een uur door het paleis. Het gaat in rad Frans, dus we steken er niet veel van op, maar we blijven wel lekker droog voor maar Frs. 48. Na de rondleiding is het nog steeds nat buiten. Vlakbij is een restaurantje dat we op de heenweg al hebben gezien. Het is er gezellig druk met Fransen. We schuiven ook maar aan. We willen een kleinigheidje eten maar voor mij wordt het uiteindelijk een pan gekookte mosselen die ik bijna niet op kan. Ans doet het wat bescheidener met een enorme salade.

Foto 33 Haven Compiegne

Alles overheerlijk en met de fles wijn hebben we ook geen moeite. We beginnen de middag goed vinden we en het is zelfs droog geworden. Later terug in de boot gaat het wederom regenen. Tegen vijven klaart het op. We willen nog éénmaal zien of er wat te doen is en verder willen we Parc de Songeons nog bekijken. Het eerste is weer niks, dat geven we op maar het park is wel de moeite waard. We werken na het eten bij de koffie nog even de plannen uit voor de volgende dag. Zeker is dat we vertrekken.

Ons vertrek is om 9.00 uur. We verwachten dat er al veel boten vroeg zullen zijn vertrokken. Het valt mee. Twee boten zijn ons voor maar zijn al uit het zicht verdwenen. Waarschijnlijk zullen ze ons niet ophouden bij de eerstvolgende sluis. We krijgen voorlopig 10 automatische sluizen te verwerken. Ze liggen soms een flink eindje uit elkaar dus is het moeilijk te zeggen hoe lang we over dit traject zullen doen. Direct na uitvaart van Compaigne, ongeveer na 1 kilometer, zien we aan stuurboord de rivier de Aisne naar o.a. Soissons. Via deze rivier kun je b.v. naar Canal des Ardennes. Wij gaan echter rechtdoor richting Janville. Van hier tot Chauny varen we op het Canal lateral a l’Oise. Het is dan wel een kanaal maar het is een mooie omgeving en beslist niet eentonig. Bij Abbécourt even voor Chauny krijgen we aan stuurboord Canal de l’Oise a l’Aisne. Via dit kanaal komt men ook  verderop op de Aisne. Na 7 kilometer, direct na sluis Tergnier (nr. 32) is de sluis naar Canal de Saint-Quentin. Hier kan men kiezen voor de westelijke route naar België. Wij varen door naar  Fargniers waar we veranderen van vaarwater. We krijgen nu Canal de la Sambre a l’Oise. Een heel mooi kanaal maar het wordt wel tijd dat we een goede aanlegplaats vinden.

We hebben onderweg vele aanlegplaatsen “in het wild” gezien die bruikbaar zijn maar ze liggen wel ver weg van de bewoonde wereld. We naderen Origny en we zijn niet van plan nog één meter verder te varen. We hebben vandaag 10 uur varen achter de rug, dus dat is wel genoeg. De aanlegplaats is niet erg aantrekkelijk. Er liggen al 4 boten en een peniche tegen de kade en wij kunnen er niet meer bij. We proberen nog even aan de andere kant van het water maar het is daar te ondiep. Wat verderop is nog een kade maar dit is tegen een fabriek aan. De hele kade is overigens één rij van lelijke gebouwen. We proberen aan te leggen voor de peniche, de achterkant nog net tegen de kade en de voorkant tegen de schuine grashelling. Het lukt maar we kunnen alleen met een flinke sprong op de kant komen. Weer aan boord komen vraagt om een acrobatische toer. Tijdens onze wandeling later praten we hier en daar met de andere varende vakantiegangers. Volgens informatie is het dorp een eind lopen. We besluiten geen moeite te doen en blijven verder aan boord. Het is mooi weer dus dineren we op het achterdek en lezen lekker lang tot het donker wordt.

De nieuwe dag breekt aan. We hebben blijkbaar geslapen als een os want de peniche en twee plezierjachten zijn vertrokken. We snappen niet dat de peniche kon vertrekken zonder dat we daar wakker van geworden zijn maar ja, dat bewijst dat we geen slaapproblemen hebben. We laten de bakker maar zitten. Dan maar geen vers brood deze morgen. Het is weer goed weer en dus wordt het aangenaam varen vandaag. Het klinkt misschien gek maar we zijn een beetje verslaafd aan het varen, lijkt het wel. We kunnen rustig een dagje ergens blijven liggen maar we doen het niet. Ruikt het paard de stal misschien? Na de afwas even olie controleren en dan gaan we weer. Op de kaart zien we dat we nog 25 sluizen moeten passeren tot aan de Sambre. We kunnen het natuurlijk wel proberen om dit doel in één dag te halen maar dat kan alleen maar zonder enig oponthoud. Over een dergelijke afstand moet je niet aannemen dat alles gladjes verloopt. Met één tot anderhalve kilometer tussen de sluizen schieten we toch goed op.

Foto 34 middagpauze

Bij sluis Hannapes, nr. 12, halen we twee andere schepen in. Een boot uit Leidschendam en één uit Den Helder. We gaan er vanuit dat we niet met 3 boten in de sluis kunnen en dat wij dus zullen moeten wachten tot de volgende schutting, maar dat valt mee. We gaan er alle drie in ofschoon het “proppen” wordt. Ik weet eigenlijk niet of we zo blij moeten zijn met deze drie in de pan. We liggen kop aan kont en moeten heel goed oppassen elkaar niet te raken tijdens het sluizen. Wij liggen achterin natuurlijk lekker rustig. We zien vanuit onze positie dat het eerste schip met de boeg min of meer tegen de sluisdeur ligt en tijdens het inlaten van het water alle kanten van de sluis ziet. Het is een vrij klein schip van een meter of negen dat zich door de ver uit elkaar liggende bolders slecht in positie kan houden. We overleggen of wij bij de volgende sluis deze plaats zullen overnemen. Ans stelt voor even af te wachten of schip nr. 2 zich geroepen voelt. Bij de volgende sluis blijft de volgorde gelijk maar door een andere oorzaak gaat er snel verandering komen. Bij de naderen van sluis nr. 9 neemt het middelste schip in een flauwe bocht een beetje te veel de binnenbocht en loopt vast. De voor hen varende Den Heldernaren gooien een lijn uit en gaan trekken. We zien al snel dat dit de situatie niet zal verbeteren. Het lichte schip zwaait heen en weer maar komt geen stap vooruit. Bij de laatste poging dreigen ze zelf vast te komen zitten. We varen op om de taken een beetje anders te gaan verdelen. We vragen de Den Heldernaren om naar achter af te zakken en ons een poging te laten doen. We gooien een lange lijn over en nemen een positie in waarin we in ieder geval niet zelf in het ondiepe kunnen raken. De kop van onze boot ligt nu al bijna in de sluis dus veel uitloop hebben we niet. We beginnen, met onze twee motoren flink op toeren, te trekken. Voor ons schip blijkt het geen moeilijke opgave te zijn. We trekken het schip vlot los. We zijn inmiddels wel met de boeg bij de sluisdeur aangekomen, waardoor wij nu duidelijk op kop liggen, de Den Heldernaren achteraan en de Leidschendammers er tussenin. Deze situatie blijft de rest van het traject zo gehandhaafd en wij vangen dus nu, voor in de sluis, de klappen op. Ook voor ons is het niet eenvoudig. We raken bij het schutten in de nog resterende sluizen diverse keren de sluisdeur met onze boeg en we moeten onze hekvlag enkele keren verwijderen om deze niet te verspelen tegen het achter ons liggende schip. Ook de zijkant van het schip loopt op verschillende plaatsen krassen op, meer dan we tot nu toe gedurende de hele reis hebben opgelopen. Gelukkig liggen we er niet wakker van want we hebben er al op gerekend dat we na terugkomst in Nederland flink aan het werk moeten. Ondanks de kleine beschadigingen die we zo nu en dan oplopen, kunnen we toch de nodige kwinkslagen uitwisselen met de achter ons liggende Leidschendammers. Na een dag van 8 uur varen gaan we door sluis nummer 1 bij Etreux en varen direct naar bakboord de haven in van Gard 1/Etreux. Er is hier een echt haventje met diverse aanlegsteigers waar voor ons alle drie een plaatsje vrij is. Wij maken kennis met een andere Nederlander die naast ons ligt en die al een paar uur eerder is gearriveerd. Het is weer alles Nederland wat de klok slaat. We kunnen er lekker voor gaan zitten want het zonnetje schijnt. Na een uurtje echte rust met een drankje vinden we dat we even de benen moeten strekken. We horen in de verte geluiden alsof er een kermis aan de gang is dus we volgen het geluid. Het valt mee. Het zijn alleen botsautootjes en een draaimolen. Wat we belangrijker vinden is dat naast dit plezier een Supermarché blijkt te zijn en we hebben dringend wijn nodig. We wandelen even het plaatsje door, wat niet veel tijd in beslag neemt, en doen onze boodschappen. We eten op het achterdek een lekker maaltje, door Ans in de wok klaargemaakt we trekken twee flessen wijn open want we moeten de kwaliteit uitproberen van de Supermarché aanbiedingen. Ze zijn allebei niet bijzonder dus we hoeven hier geen wijn in te slaan. Wat we niet weten is dat het mooie weer voorlopig voorbij is omdat we de komende dagen geconfronteerd worden met regen.

 

We zijn weer op een hoogste punt aangekomen. Vanaf nu tot de Franse grens gaan we weer naar beneden via 11 automatische sluizen. Bois l’Abbaye is de eerste sluis van het nieuwe traject, waar we 2 meter naar beneden gaan. Direct na de sluis doen we even kalm aan en wijken flink naar bakboord om de diverse vissers op een vissteiger niet te veel te storen. We zwaaien en ze zwaaien vriendelijk terug. Het wordt dus gewaardeerd. Het is jammer dat het erg regenachtig is want we vinden de Franse Sambre een prachtige rivier.

Foto 35 de mooie Sambre

Met de kap omhoog en de regen op de ruiten is het eigenlijk alleen maar varen en sluizen nemen. Zien doe je weinig door het kleine stukje raam dat schoon gehouden wordt door de ruitenwisser. We zien deze dag dan ook maar als een vaardag van A naar B. Van Landrecies zien we dus weinig, maar ook Berlaimont, Pont-s-Sambre en Hautmont zijn bijna verborgen door regenbuien. Jammer want vooral Pont-s-Sambre is een bezoekje waard. Bij Hautmon lopen we in op een Peniche die met een klein vaartje voor ons uit sukkelt. We gaan een beetje kort op zijn kont zitten en schuiven af en toe naar bakboord om te laten zien dat we er zijn en graag voorbij zouden willen lopen. Het wordt begrepen. Even verderop is er ruimte. De peniche wijkt wat uit naar stuurboord en we zien een handje zwaaien door het beregende achterraam. Met vol gas passeren we. Hij is al snel uit het gezicht verdwenen. We naderen nu Louvroil en Maubeuge. Louvroil is bekend omdat hier tot ongeveer 1970 de grootste hoogoven van Europa heeft gestaan. De grote gashouder die nog een overblijfsel zou zijn uit die tijd, althans volgens de Navicarte, zien we niet omdat we net een zware bui te verwerken hebben, die overigens 10 minuten later alweer voorbij is. Maar goed ook, want we willen even een paar boodschappen doen in Maubeuge. Onze voorraden beginnen te slinken en we hebben een paar zaken echt nodig. We leggen vast aan de kade midden in de stad, net voor de sluis. Ans wil een supermarkt zien te vinden want we hebben nogal wat verschillende dingen nodig. In de winkelstraat vragen we waar een Supermarché te vinden is. Ook hier blijkt dit soort supermarkten net buiten de stad te liggen dus kunnen we het vergeten of we moeten de fietsen gaan afladen en daar hebben we geen zin in. We gaan op zoek naar een groentezaak die redelijk snel gevonden wordt. De slager is echter moeilijker te vinden. Ja, er is er wel één maar die is dicht. We zitten tegen het middaguur dus veel tijd hebben we niet. Uiteindelijk vertrekken we met maar een deel van de boodschappen. Als we terugkomen aan boord zien we net de peniche die we zo moeizaam voorbij gevaren zijn de sluis in schuiven. We zitten dus weer in hetzelfde schuitje en we hoeven ons dus niet te haasten. We willen de passeeroperatie van eerder n.l. niet herhalen. Gelukkig duurt deze sluipvaart niet lang want even voorbij Assevent is een insteekgat waar schepen zand liggen te laden. Onze peniche gaat hier bakboord uit en wij tuffen zwaaiend voorbij. Hij had ons blijkbaar gezien want hij maakt een zwaaiend gebaar als van een verkeersagent: zet er maar weer de vaart in. We gaan ons nu richten op het einde van onze tocht door Frankrijk, want bij Jeumont, ongeveer 8 km verderop, gaan we de grens over naar België. We besluiten ons bezoek aan Frankrijk nog even te rekken door de nacht door te brengen in Jeumont. We kunnen aanleggen aan een kade waar elektrische bootjes worden verhuurd. Er liggen er hier wel 10 en een jonge man is de bootjes na elke regenbui aan het droog maken. We hebben met hem te doen. Hij is blijkbaar een student die ze gezegd hebben dat de bootjes altijd klaar moeten liggen voor de klant. We liggen hier prima en beschikken over water en elektriciteit en we mogen het toilet gebruiken. Aan het eind van de dag wordt het ook nog even droog. We gaan daarom toch nog maar even het stadje in. Een leuke plaats met jawel een grote Supermarché.