Traject 9, van Jeumont naar Namur

 

Na een rustige nacht gaan we met een beetje een raar gevoel van start. De laatste sluis in Frankrijk is toch iets bijzonders nietwaar, zoals ook de eerste sluis in Frankrijk dat was een eeuw geleden. In de sluis stap ik af om ons af te melden en het 30 dagen vignet in te leveren. We vragen ons af of ze de 29 dagen accepteren die we ingevuld hebben, want we hebben er echt een paar meer gevaren, wat heet een paar. Met een gebaar van hier is het document en nu niet gaan zeuren s.v.p., wil ik het formulier overhandigen, maar er is geen enkele interesse om dat ding aan te pakken.

Foto 36 Franse grens

Het formulier blijkt er alleen te zijn voor controle onderweg, die er in ons geval niet is geweest. Zij controleren in ieder geval niet meer aan de grens. Souvenir zegt de sluiswachter. Frankrijk blijft een makkelijk land met weinig gezeur. Dit is misschien wel één van de charmes van dit land.

België here we come. De eerste sluis in Belgique is Solre sur Sambre. We komen hier aan om twintig over negen dus beslist niet te vroeg. Er is echter geen enkele beweging rondom de sluis. De paar woningen langs de weg ter hoogte van de sluis hebben de luiken nog dicht. We wachten geduldig 10 minuten maar hebben weinig hoop op reactie. Het is niet de manier maar waar heb je anders een toeter voor niet waar. Eén keer, vijf minuten later 2 keer, enz. Geen enkele reactie. Wat nu? Ans is al een tijdje aan het zoeken naar een telefoonnummer of marifoonnummer. Ze heeft wat gevonden en krijgt zowaar iemand aan de lijn. Ze schildert de situatie en we gaan afwachten wat er gebeurt. We zijn in België dus het kan wel even duren. Tien minuten later komt er iemand aanslenteren. Het is de sluiswachter. Volgens ons komt hij net uit zijn bed. Hij gaat uitgebreid de luiken open doen en zijn kantoortje openen. Hij heeft een belangrijke functie als zijnde de sluiswachter van de eerste sluis in België, dat kun je echt merken. Aan de hand van de scheepspapieren wordt het vaarvignet voor de Belgische wateren uitgetikt. De 35 Bfrs is natuurlijk weer een rib uit ons lijf. We hebben de sluiswachter nu echt goéd wakker. Hij wordt actief en sluist ons keurig België binnen, althans zo voelen wij dit ofschoon we natuurlijk bij Jeumont al de grens zijn overgestoken. Na de sluis varen we op een smal stukje rivier met een mooie begroeiing en prachtige huizen hoog op de kant. We passeren Erquelinnes waar we het jachthaventje “Frontiere” zien liggen. Prima haven voor diegene die een plaatsje voor de nacht zoekt. De Sambre in België is even mooi als in Frankrijk. Het doet erg denken aan canal de l’Est. We hebben een beetje de pee in dat we de kap niet omlaag kunnen doen. Bij Lobbes wordt het echter weer droog. We klappen de kap even naar beneden tot de volgende bui. Lobbes ligt prachtig met de Saint-Ursmer kerk hoog op de heuvel. Direct na de sluis varen we door Thuin dat blijkbaar een aanlegplaats is voor vrachtschepen. Ze liggen hier soms in rijen van drie dik langs een hele lange kade. Zo te zien zijn ze allemaal nog in de vaart want overal zie je mensen in en uitlopen. Het ziet er heel wat vrolijker uit dan wat we vaak in Frankrijk gezien hebben. We zien ook dat er hard gewerkt wordt aan de nieuwe steigers voor de pleziervaart die bijna operationeel zijn. Een paar kilometer verderop komen we bij de sluis Abbaye d’Aulne. Direct naast de sluis ligt een flink Hotel/Restaurant en een speeltuin. Tijdens het sluizen gaan we even kijken naar de ruïnes van de Abbaye die naast het hotel, dus dicht bij de sluis, te zien zijn. De sluiswachter heeft geen haast en dat geeft ons wat tijd. Als we wegvaren praten we nog even over het prachtige stuk Sambre dat we de afgelopen dag hebben gevaren. We weten dat we straks jammer genoeg een tweede deel krijgen dat heel wat minder mooi zal worden. We passeren inmiddels het prachtig in een bocht gelegen Landelies met aanlegplaatsen door de hele bocht heen met tegen de achtergrond de bomen die tegen de berg op groeien. Het ligt er echt schitterend.

Foto 37 Landelies

We stoppen een uurtje later tegen de kade in Manceau waar we olie kunnen tanken. Er ligt al een Engelse kanaalboot  die 8 tankjes van 20 liter aan het vullen is. Het gaat uiterst langzaam want de olie gaat schuimen als men even wat te snel vult. Het is droog dus we gaan maar even een stukje lopen en zien of we geld uit de muur kunnen krijgen. Van pinnen heeft het tankstation n.l. nog nooit gehoord. De naam tankstation is wat overdreven. Hier betekent het een groot deksel aan de zijkant van de weg die opgelicht wordt en waar een slang uit gehaald wordt. Een paar pionnetjes moeten het verkeer waarschuwen voor het gat dat bijna op de rijweg ligt. Aan de overkant van de weg is een kleine winkel waar de pomp wordt aangezet en de meter afgelezen kan worden. Het is prettig tanken omdat het enorm goedkoop is. Het scheelt 25% met het Belgische bunkerschip op de Maas en het kost een derde van de Franse olieprijs (f 0,68 t.o.v. f 2,10). Lekker vol met goedkope olie geven we wat meer gas dan normaal. De olie kost hier toch niks. Hierdoor lopen we binnen een kwartier al het industriële deel van Charleroi binnen en dat is het echt schrikken. We varen tussen vieze stinkende installaties die een oorverdovend lawaai maken. Af en toe wordt ons het zicht ontnomen door stofwolken en dampen waarvan we maar hopen dat we er zonder levensgevaar doorheen komen. Het varen is ook niet makkelijk door aanleggende en wegvarende schepen vol met schroot en andere troep. Je vraagt je af hoe men het voor elkaar gekregen heeft dit alles bij elkaar te krijgen. Voor ons doemt de sluis op die net dicht gaat met een paar grote schepen in zijn buik. We moeten dus wachten, wat we beslist geen lolletje vinden. Gelukkig gaat het schutten snel. We verwachten na de sluis een voortzetting van deze chaos, maar we arriveren in een andere wereld van prachtige nieuwe gebouwen, mooie kades en prachtige bruggen. Charleroi is een stad met twee gezichten. We zijn echt onder de indruk. Als we de stad weer uit varen zien we dat men hiér nog niet tot modernisering is overgegaan. Weer grote bergen schroot, oude vervallen gebouwen en roestige, slecht onderhouden bruggen. De dorpjes die we passeren zijn oude mijnstadjes met grote zwarte bergen op de achtergrond. Je kunt je voorstellen hoe het leven hier was niet eens zo lang geleden. We varen nu al een tijdje in een soort betonnen bak. Dit blijkt zich voort te zetten tot Namur. Je wordt er echt niet vrolijk van. Voorbij Charleroi zijn we al aan het uitkijken naar een ligplaats. Niets wat hierop lijkt. Wel zijn er regelmatig grote draaikolken naast het vaarwater waar je zou kunnen liggen. We wachten echter tevergeefs op beter. Even voorbij Sambreville schuiven we Bassin d’Auvelais binnen. We hebben geen zin meer om verder te varen en kiezen, noodgedwongen, toch maar voor zo’n draaikolk. We blijven voorin liggen omdat we niet verwachten dat er zo laat nog een schip komt draaien. Dat hadden we gedacht. Als we net vastliggen duikt met veel getoeter een enorme bak naast ons op die achter in de kolk komt draaien. Men vindt dat we in de weg liggen. We hebben geen zin meer om te gaan verleggen dus laten we het maar zo. Hij is binnen gekomen en zal er via dezelfde weg ook wel weer uit komen. Het lijkt ons het beste om ons niet te laten zien en dus blijven we maar lekker beneden. Hij stoomt ons even later rakelings voorbij naar buiten. Op deze troosteloze plek blijven we die avond niet lang genieten van het eveneens troosteloze weer en gaan vroeg onder de dekens. Om een uur of twee worden we gewekt door het knallen van de touwen die duidelijk zwaar belast worden, maar zo nu en dan noch kunnen slippen op de bolders. Ik snap onmiddellijk wat er aan de hand is en ren in mijn nakie naar buiten. Het water is gezakt en we hangen scheef aan de touwen. Ze zijn al niet met het handje los te krijgen dus ren ik naar beneden om een grote schroevendraaier te halen die ik tussen het touw en de bolder wring. Het werkt. Ik kan de lijnen nog loswrikken en laat ze vieren. Mijn bed is nog warm dus de slaap komt weer snel.

Met regengetikkel op het dek worden we de volgende morgen gewekt. Weer een natte dag. Dit laatste stukje van onze prachtige tocht hadden wij liever anders gehad. Vanuit de draaikok de Sambre op varen doen we zeer voorzichtig. De grote scheepvaart kan niet voor je stoppen of uitwijken dus is het wachten tot je zeker bent dat er niets aankomt. Een vrachtboot met een er bovenuit torende hoop schroot laten we voorgaan. We moeten met veel gas direct achter het schip de Sambre opvaren om te voorkomen dat we in de uitgang van de draaikolk door de hekgolf worden getroffen. Het lukt goed. Vandaag wordt het einddoel wederom Namur maar nu op de weg terug. De cirkel is gesloten. Maar we zijn er nog niet, want voor ons doemt hoog op een heuvel de abdij des Prémontés op. Een half uurtje later zien we het gebouw hoog boven ons uittorenen. 

Foto 38 de Abbey

We zien daarboven wat mensen lopen maar we weten niet of dit de Semenaristen zijn die nu de abbey bewonen. We laten dit mooie bouwwerk achter ons en varen al snel de buitenwijken van Namur binnen. De aankomst in Namur is vertrouwd. De kade waar we op de heenweg naar keuze konden gaan liggen, ligt nu vol. Je kunt goed zien dat het vakantietijd is. Omdat de kinderen en kleinkinderen ons komen bezoeken, willen we een goed bereikbare ligplaats, dus we kiezen voor de jachthaven in Jambes op de Maas. Je hoeft alleen maar de brug over te lopen en je bent in het centrum van Namen. We verwachten dat het moeilijk wordt een ligplaats te vinden langs de steigers, het is per slot van rekening vrijdag. Maar het is geen probleem. We worden door de havenmeester opgevangen en naar een vrije plaats gebracht. Hij helpt zelfs met vastleggen. We hebben een uitstekende ligplaats voor de komende dagen. Inmiddels is ook nog het zonnetje doorgebroken en de temperatuur wordt erg aangenaam. We gaan samen even opruimen, boot schoonmaken en wat extra stoelen klaarzetten. Als we net met een drankje van het zonnetje genieten bellen de jongelui even door dat ze er aankomen. Ze zijn al vlak bij Namen. Al snel horen we de heldere stemmetjes van Nikki en Gaston die van de parkeerplaats komen aanrennen. We treffen het, want in Namur is van alles te doen. Morgen (zaterdag) is er een rommelmarkt langs de kade van de Maas en allerlei speelattributen zijn opgesteld in de stad. In de middag worden er wedstrijden gehouden met waterscooters. Wat wil je nog meer als je de kleinkinderen op bezoek hebt. Deze avond is er vuurwerk op de Maas, maar het wordt te laat voor de kinderen.

Foto 39 Vuurwerk in Namur

Door het mooie weer kunnen we gelukkig nog tot laat buiten zitten en praten over van alles en nog wat, waarbij wij natuurlijk graag vertellen over de bijzondere belevenissen van onze reis door Frankrijk. Als het donker is kijken we nog naar de vuurballen en pijlen van het vuurwerk en duiken direct daarna moe in bed.

Zaterdagmorgen zijn de kinderen al vroeg wakker. Vooral Gaston is al snel in de kleren want hij wil mee naar de bakker. Hand in hand gaan we op pad. Bij de eerste bakker staat een rij tot op de straat. Dit zal waarschijnlijk de beste bakker zijn, maar we hebben geen zin om te gaan wachten op onze croissantjes. De volgende bakker, schuin tegenover, heeft wat klanten in de zaak maar we zijn toch heel snel aan de beurt. Met een zak brood en een zak met grote croissanten stappen we aan boord. De tafel is inmiddels gedekt en iedereen is uit de veren en heeft zin in verse croissants. Gezellig met de hele club op het achterdek met een heerlijk ochtendzonnetje! Natafelen is er niet bij. We ruimen na het ontbijt snel op want de kinderen willen op pad. Een rommelmarkt en alles wat eromheen gebeurt, is leuk natuurlijk, maar na enkele uren zijn wij het zat. Wij willen om een uur of drie wel weer aan boord gaan, de kinderen natuurlijk niet. De belofte dat we vanavond hier weer terugkomen om op een terrasje te eten, maakt ze mak. Als we ‘s avonds zoals beloofd een terrasje zoeken, worden we begroet met muziek. Er blijkt één of andere bekende band op te treden op het plein en we zien kans om een tafeltje in de buitenlucht te vinden dicht bij de muziek. Te dichtbij eigenlijk want enige discussie is niet mogelijk. Gaston en Nikki zien we al snel swingend dichtbij de band staan. Ze genieten.

Zondagmorgen beklimmen we de Citadel en laten ons verleiden om het treintje te nemen en daarna de ondergrondse tunnels te bezoeken. De kinderen zijn onder de indruk en vinden het machtig interessant. Het blijft mooi weer en dat maakt het bezoek deze dagen erg feestelijk. Maar ja aan alles komt een eind. Als we terug zijn aan boord is het inpakken en afscheid nemen. Na het uitzwaaien, besluiten we om alvast richting Nederland te varen. We hebben eigenlijk nog maar één doel en dat is om zo snel mogelijk thuis te komen. We hebben een mooie tocht achter de rug die we beslist nooit zullen vergeten.

Volgend jaar weer? Nee, maar dat we nog een keer gaan is zeker!