Terug naar Toul na de teleurstelling dat het Embranchement gesloten was. De volgende dag tuffen we met een prettige snelheid van 15 km per uur weer richting Toul respectievelijk Richardménil.
Vastlopen bij Richardménil
Laat in de middag arriveren we bij de laatste sluis en zien daar een mooie aanlegsteiger waar we recht op af stevenen. Één van de schippers van de daar reeds geparkeerde schepen klimt zijn schip uit om ons te waarschuwen voor stenen en ondiepte, maar het is al te laat. We horen veel gekras onder water en we liggen muurvast op de stenen.
De schipper van de 'FARS', zoals we op de zijkant van het schip kunnen lezen, komt zijn boot uit en verontschuldigt zich. Hij was net te laat om te waarschuwen, maar stelt daar tegenover dat ze met een lijntje en mankracht ons even vlot zullen duwen of trekken. Nou ja, met veel geduw is er geen beweging in te krijgen.
De schipper van de FARS, later blijkt hij Paul te heten en zijn vrouw Sandra (ze zijn op weg naar Zuid Spanje), vraagt om een lange lijn want hij heeft bedacht dat als je aan de overkant van het water gaat trekken de kans het grootste is iets te kunnen doen aan dit probleem. Paul en zijn vrouw vertrekken met onze 30 meter-lijn over een smal bruggetje naar de overkant. Vanaf het jaagpad, zo herleven oude tijden, gaan ze flink te keer maar er is geen beweging in te krijgen.
Paul, niet voor een kleintje vervaard, maakt de lijn een dikke meter hoog aan een boom vast en door op de lijn te gaan staan, wordt net het doorslaggevende rukje gegeven. We drijven weer! Inmiddels zijn oude vrienden, Freek en Anna (van de schroef), komen kijken. Na 3 dagen oponthoud konden ze weer op pad en hebben ons dus weer ingehaald. Ze zien nog net hoe de zaak vlot komt.
"De aanlegbalk bij de steiger had in kleine letters de diepte aangegeven: 1.00 m waar wij vastliepen, 1.30 m waar we hadden moeten liggen. Geen hond die dit vanaf het water ooit kan lezen!"
Ze weten een plaats van 1.30 m. diep iets verderop aan de steiger. Op de vraag hoe zij dit weten, wijzen zij op de aanlegbalk waarop keurig in kleine letters de diepte staat vermeld. Wij zijn vastgelopen op het stuk van 1.00 m. diep. Geen hond die dit vanaf het water ooit kan lezen. Volgens Paul is dit op deze manier aangegeven op indicatie van de wethouder in de gemeenteraad. Zijn kleine reparatiewerfje bevindt zich iets verderop en ze zitten dringend om werk verlegen.
Samen Sluizen met de FARS
De volgende morgen starten we samen met de FARS voor een sluizenreeks van 15 stuks waarvan 11 met dezelfde sluiswachter Antoine. Paul en ik doen onderweg om beurten ons best met het opendraaien van sluisdeuren. Af en toe vechten we erom wie eerst mag, later gaat diegene die het graag doet voor.
Foto 11: Aquaduct Flavigny
Wij gaan met ons smalle schip als eerste in de sluis want we zijn ook als eerst afgevaren. De FARS is 4.50 breed (met stootwillen 5.00 m.) past precies in de sluis. Bij het inlaten van het water worden wij heen en weer geslingerd van de ene kant van de sluis naar de andere.
De lijnen zijn erg lang omdat de bolders ver uit elkaar staan en dat maakt het knap lastig om het schip in toom te houden. Achterom kijkend zien we de bemanning van de FARS, Paul en Sandra, lekker onderuit aan de witte wijn zitten met elk een lijntje losjes in de hand. Ans en ik hebben na 7 sluizen rode handen van de touwen en we vragen de FARS om eens even met ons te ruilen. Zij voor in de sluis en wij comfortabel achterin.
Paul heeft geen bezwaar maar waarschuwt ons voor wat uitlaatgassen omdat de motoren moeten blijven draaien. Hij heeft oplaadproblemen en zijn generator heeft hij ergens in België opgeblazen. Als we achter in de sluis de dichte rookwolken zien, bedenken we ons noodgedwongen en kiezen we toch maar voor zere handen i.p.v longproblemen en rode ogen. We halen het, maar Ans ziet het niet echt meer zitten voor de volgende dag.
Ik beloof dat ik met Paul een robbertje ga stoeien, want we zijn door hem gevraagd om samen verder te varen. Overigens wij vinden dit samen op varen ook leuk want het zijn leuke lui. Paul ziet echter het startprobleem zo ernstig dat hij niet toe kan zeggen de motoren in de sluis uit te doen. Na overleg met Ans besluiten we het te proberen en de uitlaatrook voor lief te nemen.
Rokende Sluizen
We willen dus achter de FARS de eerste sluis in schuiven. Het gaat niet hellemaal lekker voor ons uit. Omdat de FARS flink moet corrigeren bij het binnenvaren wordt dermate veel rook geproduceerd, dat we het schip voor ons en de sluiswanden niet meer zien. Paul ziet ons door de rookwolken opdoemen en stelt voor om dan toch maar te proberen de motoren in de sluis af te zetten. Waarschijnlijk is zijn positieve beslissing beïnvloed door het feit dat de volgende dag zijn nieuwe generator door een Duitse fabrikant in Epinal wordt aangeleverd, incl. personeel, die het zaakje gaat inbouwen.
De sluizenreeks wordt nu voor ons dus een makkie. Tussen sluis 31 en 30 passeren we Charmes. Wat is het hier mooi. Het schutten gaat nu gemakkelijker. Het brede schip van Paul houdt alle geweld tegen en we hoeven nauwelijks vast te maken. Alles verloopt voorspoedig tot blijkt dat bij de sluizen 21 en later 19 de loopbrug minstens 10 resp. 20 cm. lager is dan bij alle overige sluizen. De FARS komt er niet onderdoor!
Er verzamelt zich een groep experts. Elke Fransman acht zich ook als toeschouwer, een expert. De oppersluiswachter gaat telefoneren met het waterbeheer en vraagt om het water in dit sluisvak te verlagen. We wachten ik weet niet hoe lang totdat het water is gezakt en de FARS wordt gevraagd om het te proberen. Het lukt echt niet. De sluiswachter komt eens argwanend naar de ramen van de FARS kijken. Hij denkt dat ze neerklapbaar zijn maar Freek zegt geen idee te hebben of dit kan, want hij heeft het nog nooit geprobeerd.
De sluiswachter is nu pissig en zet ons aan het werk. Samen met Paul halen we de ramen naar beneden. We passeren zodoende beide sluizen voorzichtig maar probleemloos. De sluiswachter kijkt de rest van de tocht iets minder vrolijk maar lacht weer als hij van ons een flinke fooi krijgt bij de laatste sluis.
Epinal en het Aquaduct
Bij de Embranchement d'Epinal gaan we bakboord uit over een Aquaduct naar Epinal en zien onder ons de Moesel als een dun stroompje. We lopen Epinal binnen waar we een zeer prettige haven aantreffen. Als we binnen varen zien we aan stuurboord een aanlegkade met een restaurant met als achterland een parkachtig geheel. Zeer fraai. Natuurlijk moeten we naar de bakboordkade omdat aan de mooie kant geen plaats is.
De bakboordkade is overigens ook voorzien van water en elektriciteit, dus eigenlijk prima. Alleen loopt er een drukke weg door onze voortuin en dat zien we op termijn niet zitten. Als later aan de andere zijde een plaatsje vrijkomt, verkassen we. Na de dagelijkse middagborrel gaan we de stad in. Allereerst naar de Supermarkt, die op 10 minuten lopen van de haven te vinden is.
Foto 12: Automatische sluis
Ik zie al op tegen de wandeling terug als ik de waslijst aan inkopen bekijk. Ans neemt de rugzak mee want dat draagt makkelijk. Ik draag dat ding natuurlijk terug 'omdat hij zo zwaar is'. Samen komen we er wel. We besluiten een dag te blijven liggen. We willen wat meer zien van Epinal en eens een dagje niet varen.
Het weer laat ons niet in de steek. Al enkele dagen is de zon regelmatig van de partij. De tweede dag is heerlijk warm tot heet. We liggen de hele dag te bakken in de zon en kijken naar een volleybaltoernooi dat zich op het grasveld voor onze neus afspeelt. Voor de eerste keer wordt de parasol uitgeprobeerd. Laat in de middag gaan we een stadswandeling maken, zowel naar het oude gedeelte met leuke pleintjes, als naar het nieuwe gedeelte over de brug, waar de winkelstraten zijn.
Afscheid van Paul en Sandra
Bij terugkomst zitten Paul en Sandra op het terras bij het restaurant op de haven en vragen ons voor een drankje. Ze vragen of we later bij hun aan boord een borrel komen drinken. We spreken af dat we komen direct na onze geplande barbecue. Ze zeggen dat ze de rookpluimen in de gaten zullen houden.
We lopen later bij ze binnen en nemen een drankje op het achterdek van de FARS. Bij het tweede glas stellen we vast dat zich snel een aantal zwarte wolken ontwikkelen en Ans en ik besluiten om even naar de Merlion te lopen om wat extra lijnen aan te brengen en de cabriokap op te zetten. We worden na terugkomst beloond met een perfect glas cognac voor mij en een rood wijntje van een heel goed jaar voor Ans. Omdat het zo lekker is, gaan we hier de rest van de avond mee door.
"Het was een heel leuke afscheidsavond want wij vertrekken de volgende dag en zij moeten blijven om te wachten op hun nieuwe generator. Ze rekenen gemakshalve met een oponthoud van minimaal 4 dagen. Waarschijnlijk zullen ze ons niet meer inhalen."
De dreigende wolken zijn opgelost en wij ook bijna in de sterke drank, maar het was wel een heel leuke afscheidsavond want wij vertrekken de volgende dag en zij moeten blijven om te wachten op hun nieuwe generator.
Automatische Sluizen
Wij vertrekken de volgende dag om 8.30 uur. We denken dat we de eerste zijn maar we hebben het mis. Een klein schip met Zwitsers vaart voor ons. We doen kalm aan maar ervaren na de volgende bocht dat de Zwitsers verdwenen zijn. Ze hebben gas gegeven en liggen al in de eerste automatische sluis als we arriveren. We zijn net te laat want de sluis gaat al dicht. Ze wilden blijkbaar alleen de tocht omhoog maken. Niet getreurd.
De automatische sluizen zijn erg snel en dat blijkt ook. Een kwartier later glijden we sluis 14 binnen. We hebben er echt zin in vandaag en het weer is goed. Sluis 13 gaat nog prima maar sluis 12 laat het afweten. "Il ne marche pas". Dat bellen we dan ook in deze bewoordingen door via de praatpaal aan het sluiswachterhuisje. Deze huisjes zien er een beetje uit als blokhutjes. Bij elke sluis die we krijgen, zie je dezelfde nieuwe bouwsels. Even later zien we een autootje in de verte aankomen. Hier komt onze hulp. Hij doet een paar handelingen in het blokhutje en de zaak draait weer. Au revoir et merci.
Nederlandse Vrachtschepen
Sluis 11 en 10 doen het perfect. Nr. 9 blijft verdorie op rood staan en we roepen maar weer om hulp. Ook hier een snelle oplossing. Tussen sluis 3 en 2 komen we achter een Nederlands vrachtschip te zitten. In de bochten gaat het erg langzaam en we overleggen of we er niet voorbij zullen gaan als het kan. Na een paar kilometer hebben we een breder stuk. Via de marifoon vraag ik akkoord om voorbij te varen. Er komt een antwoord maar we verstaan het niet goed. We nemen maar aan dat het in orde is en passeren. We steken onze hand op bij het voorbij varen. Erg enthousiast wordt er niet teruggezwaaid.
Bij sluis 1 aangekomen, zien we uit de verte al veel mensen op de sluis. Dit betekent meestal niet veel goeds. Er blijkt een mankement te zijn met het automatisch sluiten van één van de sluisdeuren. De boot voor ons is wederom een Nederlands vrachtschip, die in de sluis is komen vast te zitten en nu proberen de sluismensen met vereende krachten door middel van een lijn de sluisdeur open te trekken.
Via de marifoon hadden we al het nodige gehoord, want de bestuurster van dit schip informeerde haar collega achter ons uitgebreid over een sluisprobleem, maar we wisten niet waar het was gebeurd. In Frankrijk kom je het probleem vanzelf tegen want je zit per slot van rekening allemaal op hetzelfde smalle stukje water. Het vrachtschip wordt met vereende krachten de sluis uitgewerkt en wij mogen binnen varen. Met ons toont de sluis geen nukken maar de hulpcrew besluit nog wel even te blijven.
De sluiswachter vraagt ons een halfuurtje te wachten want de 2 Hollandse vrachtschepen hebben gevraagd om achter elkaar te mogen gaan varen omdat ze samen een plekje willen zoeken. Wij zijn van mening dat we daar niets mee te maken hebben. We waren de achterliggende Hollander al eerder gepasseerd dus wat zou dit wachten dan voor nut hebben, niet waar. Maar ja, de sluiswachters moet je niet tegen de schenen schoppen, want een van die helpers op de sluis is per slot van rekening straks weer je schutvriendje. We besluiten dus toch maar dit halfuurtje aan de kant te gaan liggen bij een picknickplaats direct na sluis 1.
Aanlegplaats bij Void
Inderdaad een uurtje later komt onze Hollandse vriend voorbij varen en wij starten de motoren weer. Onze sluiswachter komt ons halen en laat weten dat hij het waardeert dat we toch zijn blijven liggen. Omdat het al laat is, overleggen we met hem waar we onderweg kunnen overnachten. Hij weet bij sluis 8 in de buurt van Void de Girancourt, een kade met voldoende water om aan de kant te komen. Zo gezegd zo gedaan. Twee uur later liggen we daar mooi in de natuur.
Foto 13: Tussen de sluizen
Onze sluisvriend vraagt ons hoe laat hij ons weer kan oppikken de volgende dag. Negen uur vinden we een christelijke tijd. We liggen heerlijk in het zonnetje tot een uur of zeven en eten op het achterdek. Dan zakt de zon weg achter de bomen en om een uur of 9 gaan we naar binnen.
Luxe Begeleiding
De volgende dag om 10 voor negen, 10 minuten eerder dan afgesproken, staat onze sluiswachter met de armen over elkaar op de sluis. Als hij ziet dat ik kijk zwaait hij met zijn hand van kom nou! We vertrekken dan maar met enige haast en gooien de lijnen maar even slordig op het dek. Een sluis verder voegt zich een tweede sluiswachter bij hem. Dit gaat er goed voor ons uit zien. Met 2 man wordt zeer efficiënt gewerkt. De ene sluist je door en de ander rijdt op zijn brommertje alvast naar de volgende sluis.
Als wij komen staat de sluis open. Samen laten ze je binnen, sluiten de sluizen en één van beide vertrekt weer naar de volgende sluis. De twee heren blijven de hele dag bij ons. Wat een luxe voor slechts één schip. Aangekomen bij de voorlaatste sluis voor Fontenoy le Chateau nemen ze afscheid. We denken ze al een beetje te kennen. Aardige mannen. We besluiten ze allebei maar een goede fooi te geven.
Fontenoy en het Gastronomisch Restaurant
De haven van Fontenoy is uitstekend. Het eerste deel wordt ingenomen door huurboten van Crown Blue Line, het tweede deel is voor de passanten met een eigen toiletgebouw en natuurlijk water en elektriciteit. Voor de capitainerie en het douchen moeten we in het gebouw van Blue Line zijn. Blue Line wordt overigens geleid door een Nederlandse manager die er al bijna 20 jaar zit. We hebben gepland om 2 nachten te blijven want Ank en Arnold komen ons weer bezoeken en ze blijven een nachtje.
Zij zijn op de terugweg van hun vakantie in Cap d'Agde. Ank belt ons vanuit de auto dat ze vlakbij zijn en dat we worden uitgenodigd om ergens te gaan eten, want ze hebben wat te vieren. Het is prettig om na een paar weken alleen maar vreemden, weer goede vrienden te kunnen ontmoeten. Arnold heeft in een gastronomisch handboek een restaurantje gevonden in Bains des Baines, dat weliswaar geen sterren heeft maar als uitstekend vermeld staat.
Het wordt een heerlijke avond met veel lachen en lekker eten. De enige dissonant is dat we om 7 uur bij het restaurant met de naam 'de la Post' op de stoep staan terwijl het personeel zelf nog aan de avonddis zit. Ze kijken ons meewarig aan en adviseren ons om nog een wandeling te maken. Op onze uitleg dat we al 2 uur rondlopen en op het dorp zijn uitgekeken en een drankje willen, worden we toegelaten en in lekkere stoelen in de TV-ruimte geparkeerd maar het drankje moet wachten.
"Als Arnold afrekent, zie ik uit mijn ooghoeken dat het bedrag ongeveer correspondeert met 250 liter dieselolie voor de MERLION."
Om het smakken van het personeel niet te horen, stelt Arnold voor de TV aan te zetten; we zitten per slot van rekening in een TV-zaal. Als wij worden uitgenodigd om onze tafel op te zoeken, lijken wij het startschot te hebben gegeven voor anderen. Het blijkt inderdaad een bekend en gewaardeerd restaurant te zijn en heel goed bezet, maar niet goedkoop. Als Arnold afrekent, zie ik uit mijn ooghoeken dat het bedrag ongeveer correspondeert met 250 liter dieselolie voor de MERLION.
Via Corre naar St. Jean de Losne
De volgende dag vertrekken Arnold en Ank om 9.00 uur. Het regent en het is koud. Wij gaan 5 minuten later van start naar de eerste sluis, nr. 36. Bij de eerste sluis moet je er altijd weer even inkomen. Bij ons blijkt vandaag een tweede sluis nodig om in het ritme te komen. De automatische sluizen 35 t/m 46 (de laatste bij Corre) gaan vlot dus het schiet goed op.
Als we Corre binnen varen hebben we weer een fikse bui, waardoor we de aanlegplaatsen aan stuurboord bijna ongemerkt voorbij varen. We besluiten niet in Corre te blijven maar door te varen. Beter met regen te varen dan ergens uitgebreid te gaan liggen. Als we de sluis uitvaren zien we rechts het doodlopende stuk Saone en komen nu op heerlijk breed water waar we weer eens vaart kunnen maken.
We krijgen te maken met een nieuw fenomeen om de sluizen in werking te stellen n.l. het draaimechanisme. Het werkt allemaal prima. We besluiten door te varen naar Fouchécourt dat ons wordt aanbevolen. De haven blijkt in orde - een haven voor huurschepen met accommodatie voor passanten. In de avond krijgen we een verrassing in de vorm van een daverend onweer met zware regenbuien en veel windstoten. Onder de cabrioletkap hebben we een prachtig uitzicht op het vuurwerk rondom ons.
Aankomst St. Jean de Losne
De volgende morgen is het weer nog steeds in mineur, maar al bij Conflandey kunnen we elkaar aanstoten. Daar is ie weer! De zon. Als we Port sur Saone binnenvaren laten we de kap zakken omdat het ernaar uitziet dat de zon een blijvertje is. We varen midden door het stadje met aan bakboord mooie plaatsen om aan te leggen langs de kade. Jammer dat het zo kort op onze laatste stop is want het is een plaats om wat langer te blijven.
We varen door naar de haven die aan stuurboord in een kom is gelegen. Als we aanleggen komt de sluiswachtster vragen of we groenten uit haar moestuin willen uitzoeken. Ze heeft prachtige sla, boontjes, etc. Ans vertelt haar dat we nog goed in onze voorraad zitten. Tijdens het schutten worden we aangesproken door een paar Nederlanders op de fiets die aan de Nederlandse vlag hebben gezien dat we landgenoten zijn.
Na enkele tunnels en sluizen arriveren we eindelijk in St. Jean de Losne - spreek uit 'de Loon'. Als we Jean de Losne aan stuurboord zien, vinden we het er uitzien als een echt Zuid-Frans havenplaatsje.
Foto 18: St. Jean de Losne
We blijven hier een paar dagen dus we hebben de tijd om uitgebreid op onderzoek uit te gaan. Aan het eind van het stadje gaat een bocht naar rechts, naar de havens en naar de sluis van Canal de Bourgogne. We tanken bij het bunkerschip en zoeken vervolgens een plaatsje. Na veel heen en weer gevaar vinden we uiteindelijk een perfecte ligplaats aan de kade langs de Saone waar we kunnen genieten van het prachtige weer en het vaarverkeer. Dit traject eindigt hier - het verste punt van onze reis!